Dijkhuis

Verhalen

Wat anderen over ons zeggen

 

Wonen, werken, leren en werken als vrijwilliger: het gebeurt allemaal dagelijks in ‘t Dijkhuis, En dat levert mooie ervaringen en verhalen op. Onze cliënten, medewerkers, stagiairs en vrijwilligers vertellen graag hun verhaal over ’t Dijkhuis. Laat u verrassen!

 

 

Stichting Woon-, Zorg-,
En Dienstencentrum ’t Dijkhuis
Gorsselseweg 2
7437BE Bathmen

0570 541 644
info@hetdijkhuis.nl

Vrijwilligers

  • Mirjam Schreuders

    Geuren van vroeger

    Om de zintuigen wat te prikkelen heb ik vandaag een ”rainstick” meegenomen. Een regenstok dus.
    Zoals je kunt zien op de foto is het een felgekleurd instrument met erin honderden kleine kogeltjes. Bij het omdraaien van de stick, vallen de kogeltjes door de verschillende lagen heen en doet het geluid denken aan een flinke regenbui.

    Aan tafel zitten meneer X. en mevrouw Y. gezellig naast elkaar. Ik vraag of ik bij hen mag komen zitten. Ja, dat is prima.
    Mevrouw Z. komt de hoek om lopen en schuift ook gezellig aan. Meneer X. zijn gezicht licht op als ik zeg dat ik nog weet dat hij uit Loo-Bathmen komt, waar ik nu woon. Zijn ogen stralen en vraagt mij hoe ik dat dan toch weet. Als ik zeg dat ik dit onthouden heb, zie ik een grote glimlach op zijn gezicht.

    Ik pak de rainstick erbij, laat hem zien, leg uit wat het is, wat het doet en doe het voor. Ter uitnodiging zet ik hem daarna midden op tafel, met het idee dat iemand hem zal pakken. Maar nee, mevrouw Y. zegt bijna verontwaardigd: ‘Wat moeten we hier nu mee?!’ Mevrouw Z. hoeft er ook niks mee. Intern lach ik, ook om mijn eigen gevoel van ongemak. Muziekinstrumenten en ik zijn nogal een uitdaging hier. Gelukkig redt meneer X. mij. Hij pakt de rainstick en laat fikse regenbuien horen. Als hij hem weer terug zet op tafel, speel ik er wat mee in mijn handen en rol hem over tafel naar mevrouw Y. Met veel moeite weet ze hem zo nu en dan een stukje terug te rollen. De motoriek lijkt niet precies meer te doen wat ze in gedachten heeft. En zo rollen we de stick een aantal keer half over tafel. Totdat mevrouw Y. zegt: ‘Ha, we lijken wel kinderen zo!’ Met z’n vieren lachen we erom.

    Nadat we klaar zijn met de rainstick en we een paar korte gesprekken hebben gevoerd, merk ik dat mijn teksten op zijn. Mijn tafelgenoten kijken naar mij, ik kijk naar hen. Niks mis mee natuurlijk. Toch wil ik iets meer te bieden hebben. Ik loop naar de kast en haal er een spel uit dat ik nog niet eerder heb gezien. Een spel met allerlei kleine potjes. In elk potje zit een geur. Een geur van vroeger, die herinneringen ophaalt. Boenwas, brood, gekookte melk, houtvuur, zeep, leer, tabak, potloodslijpsel, etc.

    De potjes gaan van hand tot hand. De bewoners vinden het moeilijk om de geuren te herkennen. Maar gelukkig staat de oplossing onderop het potje. We praten wat over en weer en zijn echt met z’n vieren met hetzelfde spel bezig. We genieten er van. Meneer A. komt er ook bij zitten. In tegenstelling tot de anderen geeft hij bij elk potje aan dat hij het herkent. Het is allemaal prima, het spel zorgt voor een fijn samenzijn, leuke aanknopingspunten voor het ophalen van herinneringen.

    Als we vervolgens een glas appelsap krijgen, zie ik het gebeuren. Mevrouw Y. pakt dit glas, ruikt er aan, net als ze bij de potjes heeft gedaan. Ze geeft wederom aan dat ze het niet herkent en duwt het glas mijn kant op, zodat ik het weer kan opruimen. Ik leg haar uit dat dit appelsap is, dat ze dit net van de zuster heeft gekregen, dat ze dit mag opdrinken. Ik lijk maar niet tot mevrouw Y. door te dringen. Ze blijft het glas pakken, blijft er aan ruiken en blijft zeggen dat ze het niet weet, om het vervolgens weer aan mij geven. En zo gaat het een poosje door. Net als bij de geurpotjes.

    Het is alsof er een verbinding niet goed gelegd wordt. In alle liefde en met alle respect hoop ik dan ook dat het voor mevrouw Y. minder vermoeiend is dan voor mij. Ik hoop dat ze straks met een rustig hoofd kan gaan slapen en dat de appelsap haar gesmaakt heeft. De volgende keer als ik appelsap drink, zal ik er ook even aan ruiken en met een glimlach aan deze mooie avond terugdenken.

    Nathalie Steffens

    (ik doe vrijwilligerswerk bij ’t Dijkhuis, op de plek waar mensen met dementie wonen)

     

    Lees meer
  • Mirjam Schreuders

    Blog Nathalie Steffens: Onthaasten

    Na twee weken niet in ’t Dijkhuis te zijn geweest in verband met vakantie, stap ik de lift weer uit en loop ik de gang door, richting de bewoners. Ik bedenk me dat het weer een hernieuwde kennismaking zal zijn. De bewoners zullen mij niet gemist hebben, ze zullen mij niet herkennen, we zullen elkaar begroeten alsof we elkaar voor het eerst zien. Maar dan wel met warme glimlachen.

    En dat is prima voor mij. Ook al snap ik dat juist dit gedeelte, het niet herkend worden, voor veel mensen zo ontzettend pijnlijk is. Zeker voor familieleden en andere naasten. Toen ik mijn vader bijvoorbeeld gisteravond vroeg wat hij het moeilijkste vond toen zijn zus dementie had, zei hij: “Toen zij mij niet meer herkende”.

    Hierover nadenkend stap ik de woonkamer binnen. Mijn blik wordt direct gevangen door mevrouw X. Ze wil net gaan zitten, maar blijft plots boven haar stoel hangen. Mevrouw kijkt mij met grote ogen aan. Haar mond gaat open om hem vervolgens weer te sluiten. Dit herhaalt zich twee keer.

    Het lijkt erop alsof mevrouw X. iets tegen mij wil zeggen. Sterker nog: het lijkt erop alsof ze mij herkent! Wat bijzonder om mee te mogen maken. Nu zal het echt niet zo zijn dat mevrouw X. echt weet wie ik ben, hoe ik heet of waar zij mij kan plaatsen. Maar ik voel het als een vorm van herkenning van ‘die is bekend, haar heb ik eerder gezien’. En dat doet mij goed. Waarom weet ik ook niet, maar het voelt als een extraatje. Niet dat ik zelf zo graag herkend word, maar het idee van verbonden zijn, dat geeft mij een warm gevoel.

    Mevrouw nodigt mij spontaan uit om samen met haar op pad te gaan.  Zonder al te veel woorden wandelen we door de gangen. Ik mag mijn hand op haar arm laten rusten en zij houdt haar rollator vast.  Als we door een deuropening lopen en mevrouw X. wat naar links stuurt, houd ik even in om haar de ruimte te geven en eerlijk gezegd ook om mijn tenen te sparen. Als mevrouw een meter verder is gelopen versnel ik, om vervolgens aan de rechterkant van haar te komen lopen. Oeps, dit ging net even te snel. Mevrouw draait zich naar links, kijkt om zich heen en is mij kwijt. Als ze mij uiteindelijk weer in het vizier heeft, lachen we en slenteren we verder.

    Onthaasten. Elke dinsdagavond, gratis en voor niks.

    Nathalie Steffens
    Vrijwilliger bij ’t Dijkhuis, op de plek waar mensen met dementie wonen

     

    Lees meer

insturen

deel uw verhaal

Wij vinden uw mening belangrijk en waarderen het dan ook als u uw verhaal wilt delen met ons. Hebt u een verhaal dat betrekking heeft op ‘t Dijkhuis? Deel dit dan met ons. U kunt het verhaal via dit formulier insturen. Wie weet vindt u uw verhaal terug op deze pagina!