Dijkhuis

Blog

Wat anderen over ons zeggen

 

Wonen, werken, leren en werken als vrijwilliger: het gebeurt allemaal dagelijks in ‘t Dijkhuis, En dat levert mooie ervaringen en verhalen op. Onze cliënten, medewerkers, stagiairs en vrijwilligers vertellen graag hun verhaal over ’t Dijkhuis. Laat u verrassen!

 

 

Stichting Woon-, Zorg-,
En Dienstencentrum ’t Dijkhuis
Gorsselseweg 2
7437BE Bathmen

0570 541 644
info@hetdijkhuis.nl

Blog

  • Mirjam Schreuders

    Blog Nathalie Steffens: Geraakt

    In de deuropening sta ik even stil, maak oogcontact met een aantal mensen en zwaai rustig. Enthousiast wordt er door een aantal bewoners terug gezwaaid. Maar niet door mevrouw Keizer. Mevrouw Keizer reageert zeer ingetogen. Het lijkt erop alsof ze gedag wil zeggen, maar halverwege stopt de energie. bDit is een hele verandering met vorige keren. De afgelopen maanden nam mevrouw namelijk altijd zelf initiatief en nodigde me uit om te gaan wandelen. Ze trok veel naar me toe. Wat een verschil.

    Ik loop naar haar toe om te vragen hoe het gaat. Als ik naast haar zit, merk ik dat er iets wezenlijk anders is. Mevrouw kijkt stil voor zich uit. Haar gezichtsuitdrukking vind ik vlak. Als ik haar iets vraag, komt er wel antwoord, maar zonder de lach, zonder een knuffel via het hoofd. Eén ding is zeker, mevrouw zit er niet lekker bij. Zal het nu juist wel of juist niet gewenst zijn om tijd met haar door te brengen? Kan ik iets betekenen voor haar? Ik besluit het te vragen aan één van de verzorgende die verderop met de medicijnen in de weer is.

    De verzorgende legt mij in de keuken uit dat mevrouw zich echt niet lekker voelt. Dat ze pas om vier uur uit bed wilde komen. Dat ze nog amper heeft gelopen vandaag. Dat als mevrouw nu rustig zit, ik haar beter haar rust kan geven en niet iets met haar ga ondernemen. En dan zegt ze: “Het kan ook zijn dat het kaarsje langzaam uit aan het gaan is.”

    Ik voel een schok door mijn lichaam gaan. Hier had ik nog niet aan gedacht. Een griepje, ja. Niet lekker voelen, ja. Dat was allebei wel in mij opgekomen. Maar erger niet. Misschien had ik me daar onbewust wel voor afgeschermd. Vanuit de keuken kijk ik naar mevrouw Keizer, die tien meter verderop zit. Ze ziet er inderdaad kwetsbaar en anders uit dan voorheen. De sprankeling is niet aanwezig.  Veel tijd om hier bij stil te staan neem ik niet. Al merk ik wel dat het mij een zwaar gevoel geeft.

    Als ik vervolgens na een lange wandeling met een andere bewoonster weer terug in de woonkamer kom, vraag ik de verzorgende of ik nog even bij mevrouw Keizer mag gaan zitten. Het is prima. Omdat mevrouw de afgelopen keren genoot van lichamelijk contact, stel ik haar de volgende vraag:

    “Mevrouw, mag ik uw hand even vasthouden?”

    Ze draait haar hoofd wat naar mij toe om, kijkt me met een doffe blik aan en antwoordt zacht: “Waarom?” Ze verrast me. Zo zitten we een poos stil naast elkaar. In gedachten stuur ik haar liefde. Zo voelt het (hopelijk voor haar ook) goed om gewoon maar te zitten, samen.  Na een tijd komen de zusters om haar naar bed te brengen.

    Nadat ik gedag heb gezegd stap ik met lood in mijn schoenen de lift in. Beneden kom ik de directrice Jackie tegen. Als we even staan te praten over de brandweeroefening van vandaag en het afscheid van een medewerkster van morgen, floep ik het er opeens uit. Zonder inleiding of iets. Ik vertel Jackie dat ik geraakt ben door mevrouw Keizer. Dat ik er emotioneel van word. En dan ratel ik nog even door over wat er in me omgaat.

    Jackie vangt me liefdevol op en antwoordt dat je de kwetsbaarheid van de bewoners soms pas echt goed ziet als ze ziek zijn. Dat het dan lijkt of ze een soort masker op hebben. Een hele andere uitdrukking. En ja, dat is precies wat ik gezien heb. Haar woorden steunen mij.

    Tot slot geeft Jackie me nog het warme advies om niet met dit gevoel naar bed te gaan. Wat mij een goed plan lijkt. Nu ik een paar uur later in bed lig, merk ik dat ik er niet in geslaagd ben. Er vallen tranen op mijn kussen.

    Nathalie Steffens, vrijwilliger

    Lees meer
  • Mirjam Schreuders

    Blog Nathalie Steffens: De polonaise

    Mevrouw Keizer en ik zijn iets moois met elkaar aan het opbouwen. Elke week als ik binnenkom, verwelkomt zij mij zwaaiend om vervolgens direct op te staan en te vragen waar we naar toe gaan. De ene keer wandelen we slechts een stukje door de gang, doordat ik dan ook mijn aandacht wil verdelen over haar medebewoners. Maar vanavond gaan we samen op pad. We wandelen naar beneden, naar de stamtafels, waar we iets gaan drinken. Op de weg er naar toe vindt ze het prettig als ik lichamelijk contact met haar maak, net als ik trouwens. Zo loop ik nu ook weer met mijn hand op die van haar. Het geeft mij, en waarschijnlijk haar ook, een gevoel van verbondenheid.

    Als we op een gegeven moment langs een geparkeerde rolstoel willen lopen en de doorgang dus iets smaller wordt, ga ik achter haar lopen. Maar als ik haar hand loslaat, merk ik dat ze meteen inhoudt, alsof ze het steuntje, het contact mist. Daarom leg ik mijn handen zacht op haar schouders en slenter achter haar aan. Het doet me denken aan de vrijwilligersdag waarbij we een polonaise deden. Ik zing zachtjes ‘Het is weer tijd voor de polonaise’. Ik verbeeld het mij vast, maar het lijkt erop dat mevrouw mee beweegt op de maat van het zingen. Als we weer naast elkaar lopen, zeg ik dat het net lijkt of wij de polonaise lopen. Mevrouw beaamt het vrolijk. Bij het volgende obstakel laat ik mevrouw weer voor gaan, leg mijn handen op haar schouders en jawel… ik zie mevrouw subtiel de polonaise inzetten, al knikkend met haar hoofd. Zo lopen we een paar meter ingetogen feestend door de gang. ‘Gezellig hoor’ zegt mevrouw spontaan.

    Bij de stamtafels aangekomen zien we meerdere dames en een heer zitten. Deze bewoners (die overigens geen dementie hebben) treffen elkaar hier, voor een gezellig samen zijn. De verzorgende verzorgt iedereen uitmuntend. Kopje koffie met twee zoetjes, een koekje, individuele aandacht, een warm woord en luisterend oor voor iedereen. Ik kan er zo uren naar kijken. De liefde die deze verzorgende ook weer uitstraalt is goud waard. Dat zie je terug bij de bewoners.
    Want nog geen twee minuten geleden mopperden een aantal bewoners, ze waren geïrriteerd dat hun vaste plek op de dinsdagavond niet meteen werd vrijgemaakt toen zij eraan kwamen.
    De verzorgende reageerde op zo’n manier dat iedereen zich gezien en gehoord voelde. En zonder enig zichtbare moeite kreeg ze de sfeer weer omgevormd naar warm en gezellig. Knap hoor. Onmisbaar en zo waardevol.
    Ondertussen zitten mevrouw en ik aan een kleine tafel, iets apart van de grote groep.
    Ik laat mevrouw een filmpje van haarzelf zien. Nee, dat ben ik niet, dat is mijn grootmoeder, zegt mevrouw zeker van haar zaak.
    Voor mij een eyeopener… veel mensen met dementie blijken zichzelf niet op oudere leeftijd te herkennen. Bijzonder.

    Als mevrouw aan haar koekje is toegekomen, wil ze het met mij delen. Ook stelt ze voor dat ik ook uit haar kopje drink. Het ontroert me. Toch hou ik het bij mijn eigen glas water. Ik geniet liever mee van haar genieten. Ze is namelijk dol op warme chocomelk en zoetigheid.

    Na een poos wandelen we weer terug naar ‘onze eigen’ woonkamer.
    Boven aangekomen merk ik op dat ik ergens tegen op zie. Met de verzorgenden heb ik namelijk afgesproken ook nog individuele aandacht aan een andere bewoner te geven. Deze bewoner ligt op bed en kan wel wat aandacht gebruiken. Maar dit betekent ook dat ik nu tegen mevrouw moet zeggen dat ons gezellig samenzijn stopt. En dat vind ik lastig. Vooral als mevrouw me weer vrolijk aankijkt en vol verwachting wacht op wat we nu weer gaan doen.
    We hadden best nog een aantal uur samen kunnen doorbrengen. Met of zonder polonaise.

     

    Nathalie Steffens
    (ik doe vrijwilligerswerk bij ’t Dijkhuis, op de plek waar mensen met dementie wonen)

     

     

    Lees meer