Dijkhuis

Blog

Wat anderen over ons zeggen

 

Wonen, werken, leren en werken als vrijwilliger: het gebeurt allemaal dagelijks in ‘t Dijkhuis, En dat levert mooie ervaringen en verhalen op. Onze cliënten, medewerkers, stagiairs en vrijwilligers vertellen graag hun verhaal over ’t Dijkhuis. Laat u verrassen!

 

 

Stichting Woon-, Zorg-,
En Dienstencentrum ’t Dijkhuis
Gorsselseweg 2
7437BE Bathmen

0570 541 644
info@hetdijkhuis.nl

Blog

  • Mirjam Schreuders

    Nieuwe blog Nathalie Steffens: de Warmte

    Het is één van de warmste dagen van juni 2019. Zo’n 34 graden.
    Iedereen gaat op zijn eigen manier met deze hitte om. Zo ook in ’t Dijkhuis.
    Bij binnenkomst staat een verzorgende beneden in de hal vlak voor de ventilator, het zweet van haar voorhoofd te vegen. De combinatie krachtige zon en hard werken eist zijn tol.

    Boven, in de woonkamer rijdt meneer met zijn rolstoel naar de tafel. Als hij zijn glas water wil pakken, kiept hij het, hop, zo in zijn schoot. Zijn hele blouse en broek kletsnat. Ik begin zijn kleding te deppen, als de zuster van een afstand vrolijk roept: “Zo meneer Roel, moest je even afkoelen?!”.

    In de volgende woonkamer, kijkt mevrouw me boos aan. Als ik rustig naar haar toe loop, kijkt ze abrupt de andere kant op. Kaken strak op elkaar. Op het moment dat ik mevrouw gedag zeg, gunt ze me geen blik meer waardig, maar zegt, al wijzend met haar vinger: “Loop maar door, ik hoef niks met je.”

    Als ik vervolgens op een klein tafeltje naast Babs wil gaan zitten, vraag ik me hardop af of het mijn gewicht wel zal houden.
    Glimlachend kijkt Babs me aan en zegt droog: “Dat merken we dan wel weer. Dan is het nog vroeg genoeg.”

    De bijna smeltende verzorgenden plagen elkaar in het voorbij gaan. De één noemt zichzelf luid en duidelijk de allerliefste zuster, zodat zoveel mogelijk mensen het horen. Een aantal bewoners geniet hier intens van. Er wordt gegniffeld en vrij ad rem commentaar geleverd.

    Uiteindelijk beland ik naast de bewoonster die op dinsdag tot rust komt in haar bed in de woonkamer. Ik laat haar stuk voor stuk drie boeken zien en vraag haar welk boek zij wil. Als ik geen zichtbare reactie krijg, vraag ik de zuster om haar inschatting. Het wordt Pluk van de Petteflet.

    Precies op het moment dat ik me afvraag of mevrouw wel geniet van het voorlezen, reageert ze hardop op een vraag die in het verhaal wordt gesteld. Bijzonder…! Ik heb al eerder gemerkt dat mevrouw vaker op een andere manier in contact lijkt te zijn, op een meer telepathische manier. Zonder het spannender te maken dan het is, bedoel ik: het lijkt erop dat mevrouw zich minder met woorden uitdrukt, maar wel degelijk vaak helder in contact staat met de mensen om haar heen, met haar omgeving. Elke keer weer mooi om mee te maken.

    Aan het eind van mijn avond loop ik langs de lege kamer van de bewoonster die pas overleden is. Wat hebben we een mooie avonden beleefd. In gedachten denk ik er aan terug. Ik mis haar nog steeds. En dan opeens schrik ik intens. Mevrouw haar dochter loopt me tegemoet. Al was het maar voor een seconde, … ik dacht heel even dat ik mevrouw zelf zag lopen.

    Op een mooie manier door de warmte bevangen.

    Nathalie Steffens
    (ik doe vrijwilligerswerk bij ’t Dijkhuis, op de plek waar mensen met dementie wonen)

     

    Lees meer
  • Mirjam Schreuders

    Nieuwe blog Nathalie Steffens: Een onbetaalbaar ijsje

    Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven bewoners tel ik. Allen zitten te soezelen in de eerste woonkamer. Wat is het hier stil. Ik sluip zachtjes door de kamer.
    Maar dan opeens overvalt het mij toch. Poeh, het hakt erin… Dit is de eerste avond voor mij in ’t Dijkhuis, sinds het overlijden van een bewoonster. Een bewoonster die een speciale plek in mijn hart heeft. Alle afgelopen weken begroette zij mij hartelijk, knuffelden we even, vaak via onze hoofden en maakte zij aanstalten om iets samen te gaan doen.  Ik voel m’n tranen weer opkomen en loop daarom even terug de gang in. De gang waaraan de kamer van mevrouw zit. Voor haar kamerdeur staat een tafeltje. Een klein altaar met een foto van mevrouw, een condoleanceboek en een kaarsje met vlammetje, maar zonder vuur.

    In stilte zeg ik mevrouw gedag, bedank haar voor de mooie avonden en denk terug aan allerlei dingen die we samen meemaakten. Wat heb ik van en met haar genoten. Ik krijg er een warm gevoel van binnen van. Na een poos zeg ik mevrouw gedag en wens haar de rust toe. De rust die ze zo verdient.

    Als ik vervolgens weer door de woonkamer loop, kom ik mevrouw van ’t S. tegen. Ze vindt het hier maar stil en weet niet wat ze hier doet. Ik spreek met haar af dat ik eerst de verzorgenden gedag ga zeggen, om vervolgens iets samen te gaan doen. Mevrouw is meer dan akkoord.

    Om het volgende hoekje naar de gang, zie ik dan de twee verzorgenden zitten, genietend van een hapje eten. Ze lachen ondeugend, alsof ik ze betrap. Maar niets is minder waar. De dames zijn hier even gaan zitten om de bewoners niet te storen.
    Ze vertellen dat iedereen vandaag op pad is geweest. Een leuk uitje met z’n allen, met patat en lekkers erbij.

    We praten na over het overlijden van de bewoonster. Ik merk dat ik het heel fijn vind dat ze er even tijd voor nemen. Dat het mij rust geeft om over mevrouw te praten, te merken hoe het voor hen is, korte verhalen te horen en ook zelf kunnen delen wat het met mij doet. Vele van de verzorgenden kenden mevrouw al heel lang. Ze hebben haar met liefde verzorgd.

    Als we uitgepraat zijn vertel ik hen mijn plannen met mevrouw van ’t S. Prima, ik kan nog lekker met haar naar buiten als ze dat wil.
    En zo lopen we tien minuten later buiten in de warme zon. “Goh, je loopt maar met mij rond. Ik wil jou ook wel duwen. Dan ga jij zitten.”
    Ik antwoord mevrouw dat ik haar voorstel heel lief vind, maar dat ik vanavond graag zelf loop, zodat zij kan blijven zitten. Ze vindt het prima, mits zij mag trakteren op een ijsje.

    Goed idee, we gaan het leven vieren met een ijsje. Een softijsje, daar heeft ze zin in. Voor de zekerheid bel ik even naar de afdeling om te checken of ik bij haar nog ergens rekening mee hoef te houden. Geen diabetes, geen problemen met koud eten en geen slikproblemen? Nee, niks van dat alles. We gaan ervoor, een ijsje.

    Als we op het zebrapad voor de snackbar lopen, merk ik dat de weg zodanig afloopt en de stoep weer snel taps toeloopt, dat we als het ware in een hoekige kuil terecht komen. Ik probeer mevrouw schuin de stoep op te rijden. Nee, lukt niet. Vooruit? Nee, lukt ook niet. Achteruit dan? Nee, lukt ook niet. Van het terras komt een zeer attente man naar ons toe om ons te helpen. Samen lukt het ons gelukkig wel.
    Dezelfde man versleept nog wat stoelen zodat wij er door kunnen. Na wat passen en meten, hebben we dan eindelijk hét ideale plaatsje in de schaduw gevonden.

    Mevrouw drukt me nogmaals op het hart dat zij wil trakteren. Al hadden we haar portemonnee bij ons, had ik het toch zelf betaald, maar een leugentje om bestwil kan hier geen kwaad.  Ik vertel haar dus dat ik de ijsjes van haar geld zal betalen.
    Bij de kassa pak ik mijn portemonnee uit de tas en … och jeetje, nee toch! Dit ga je niet menen? Dit zal toch niet! Ik zie dat ik mijn portemonnee niet in mijn tas heb zitten. Hoe ga ik dit nu oplossen? Mijn hoofd maakt overuren. Mevrouw vertellen dat het ijsje niet doorgaat? Terug naar ’t Dijkhuis om mijn geld te halen? Geld lenen van een onbekende?  Nee, ik moet iets anders bedenken. Ik kijk nog even door het raam naar mevrouw van ’t S. Ze zit heerlijk nietsvermoedend op het terras, te wachten op haar ijsje. Ik móet echt dat ijsje voor haar fiksen.

    Dus leg ik de situatie uit aan de dame achter de balie en vraag haar of ik later mag betalen. Ze weet het niet en vraagt haar baas erbij. Hij luistert naar mijn verhaal en zegt: “Kom later maar terug.
    … om te betalen.”

    En zo zitten mevrouw en ik een minuut later te genieten van een onbetaalbaar ijsje.

    Nathalie Steffens

    Lees meer