Dijkhuis

Nieuwe blog Nathalie Steffens: Ze valt er niet over

Ze draait zich om en kijkt me aan. Ik schrik.

Wat is er gebeurd? Haar gezicht ziet er gehavend uit.

Boven haar rechteroog zit een enorme bult. De zwelling en de grote paarse bloeduitstorting erom heen zorgen ervoor dat er nog maar een klein oog zichtbaar is.

 

Als ik beter kijk, zie ik dat dit oog nog net zo glundert als het andere.

Ik herstel me snel.

Op m’n knieën voor haar, zeggen we elkaar gedag. Zijn we blij dat we elkaar weer zien. Via woorden, met glimlachen en door onze handen over elkaar te wrijven.

 

Als ik mijn geschrokken reactie van een halve minuut geleden aan haar wil verklaren, zeg ik dat ik ‘net wel even naar haar oog moest kijken’.
Ze reageert hierop door direct welwillend een stuk naar voren in haar rolstoel te schuiven. Zodat ik goed in haar beide ogen kan kijken.

 

Het wordt het mij duidelijk dat ze op dit moment geen idee heeft dat haar gezicht beschadigd is, dat ze pas uit bed gevallen is.

Soms is vergeten best even okay.

 

Nieuwe blog Nathalie Steffens: De riem

Babs trekt met beide handen aan de riem van haar rolstoel. De riem zit om haar buik en zorgt ervoor dat ze niet wegglijdt. Het zit Babs niet lekker. Ze blijft trekken, maar dat ding geeft niet mee. Babs raakt meer en meer geïrriteerd. Die riem moet los en snel.

Het lukt haar niet.

Ik vraag haar hoe het met haar gaat vanavond. Daar heeft ze geen oren naar. Haar focus ligt op de riem. Geen tijd voor kletspraatjes.

Daarom vraag ik haar wat ze graag wil.

– Los, ik wil los!

Er flitsen allerlei gedachten door me heen. Waarom wil Babs die riem opeens los? Zit ie te strak? Wil ze verzitten? Denkt ze dat ze nog kan gaan wandelen? Heeft ze ergens last van?

Ik besluit met haar mee te bewegen. Sterk hopend dat dit ons een stapje verder brengt.

Ja Babs, ik zie dat je je riem los wilt hebben.

– Ja, antwoord ze kortaf.

Ik hoor dat je los wilt.

– Ja. Zeker.

Wat wil je doen als je los bent?

– Ik wil weg.

Waar wil je naar toe?

– Ik wil rust.

Okay, ik snap je Babs. Je wilt los zodat je de rust kunt opzoeken. Even weg uit de drukte.

– Ja, dat is wat ik wil. Eindelijk. Het is te druk.

Weet je wat we doen? Ik neem je mee naar een rustige plek. Daar drinken we wat lekkers samen. Koffie of warme chocolademelk.

Hoe vind je dat?

– Dat lijkt me heerlijk.

Babs frunninkt nog wat aan haar riem en legt vervolgens haar handen in haar schoot.

Al wandelend door de gangen kletsen we over koetjes en kalfjes, over de mensen die we tegen komen, over hoe fijn het is om samen te zijn. Bij de rustige stamtafels aangekomen, haal ik warme chocolademelk voor ons. Vanuit de keuken kijk ik nogmaals naar Babs.

Ze zit met een brede glimlach om zich heen te kijken, haar handen ontspannen rustend op haar riem.

Nieuwe blog Nathalie Steffens: Een waardevolle handeling

Mevrouw Welling zit aan de grote tafel. Ze leunt achterover in haar stoel. Mevrouw is afwisselend stil en vertelt vervolgens een heel verhaal, voor mij moeilijk verstaanbaar, binnensmonds. Als ik niet heel direct en bewust één op één met haar in contact ben, begrijp ik haar jammer genoeg niet. Ik snap niet wat ze zegt of bedoelt.

Als ik dichtbij haar ga zitten, oogcontact maak en haar hand vast pak, begrijpen we elkaar soms iets beter.
Ik besef dat ik nog aan het zoeken ben naar een manier waarop ik mevrouw Welling bij een gesprek of activiteit met meerdere bewoners kan betrekken.  Soms sla ik de plank mis, maar het komt ook voor dat mevrouw glimlacht als ik iets doe of zeg. Ik neem het zoals het is.

De verzorgende komt langs met de kar met drinken. Ze vraagt mevrouw of ze een lekker kopje koffie wil.
Mevrouw geeft haar niet in woorden antwoord, maar friemelt druk met haar handen aan iets. Als ik beter kijk, zie ik dat mevrouw Welling niet daadwerkelijk iets in haar handen heeft. Maar voor haar is dit wel zo. Ze komt erg onrustig op me over.

De verzorgende buigt naar mevrouw toe om zodoende beter contact te kunnen maken. Ze maakt van haar handen een kommetje en vraagt mevrouw of zij het aan zal pakken? Mevrouw Welling kijkt haar aan, wordt rustiger en doet de spullen langzaamaan in de handen van de verzorgende.

De verzorgende neemt de tijd, houdt haar kommetje nog wat langer bij mevrouw, zodat ze de ruimte krijgt om al die voor ons denkbeeldige dingen erin te doen.

Als alles verzameld is, legt de verzorgende de spullen voorzichtig en teder op de kar, zodat mevrouw Welling precies kan zien wat ze doet. De verzorgende legt haar ook nog uit wat ze met de spullen heeft gedaan en dat ze die mee zal nemen.

Mevrouw Welling knikt.
Zo is het goed.

Wat een waardevolle handeling, in alle rust gedaan.

Nieuwe blog Nathalie Steffens: Een dansje wagen

Elke keer weer weet André Rieu voor een spectaculaire show te zorgen. Samen met zijn Johan Strauss orkest. Klassieke muziek, glimmende instrumenten, sierlijke bewegingen, enthousiast publiek, chique kleding, een combinatie waar de meeste bewoners blij van worden.

Ik verdenk veel verzorgenden ervan André in hun hart te hebben gesloten, puur door de reacties van de mensen waar zij graag voor zorgen. Want wat genieten zij hier vaak intens van. Volle aandacht voor de show, met glimlachen op hun gezichten.

Zo ook mevrouw Overduin.
Ze volgt geconcentreerd welk nummer er gespeeld wordt.
Haar ogen twinkelen terwijl ze naar de tv kijkt. Lied na lied.

Op het moment dat we even oogcontact hebben, wenkt ze me dichterbij en fluistert: “Ik zou zo graag een keer een dansje met een man willen doen. Maar dat mag niemand weten.” “O, wat leuk, een dansje met een man. Zal ik eens kijken of ik een man kan vinden voor u?”

“Maar niks zeggen, hè?”

“Nee, ik verklap niks”.

 

Nathalie Steffens
(ik doe vrijwilligerswerk bij ’t Dijkhuis, op de plek waar mensen met dementie wonen)

Nieuwe blog Nathalie Steffens: Samenspel

Vanavond gaan mevrouw van Tijd en ik iets samen doen.

Soms vind ik het een beetje moeilijk om wat dieper met haar in contact te komen. Vooral als ze mij niet verstaat of begrijpt. In die situaties lacht ze namelijk al snel ‘het ongemak’ weg. Ben dus heel benieuwd hoe het zal zijn als we met z’n tweeën op stap gaan.

De verzorgende vertelt dat mevrouw vroeger vaak het spel Rummikub speelde. Ah mooi, dat geeft een beetje houvast.

Ik vraag mevrouw vervolgens of ze zin heeft om samen beneden met mij te gaan rummikuppen.

Met het spel in de aanslag, ondersteunt door enkele gebaren, snapt mevrouw wat ik bedoel. Enthousiast staat ze op en haakt bij mij in. Samen wandelen we door de gang op weg naar beneden.

Als we tegelijk met een volwassen dochter van een medebewoner de lift instappen, steekt mevrouw haar hand uit richting het gezicht van de vrouw. Mevrouw van Tijd wrijft een aantal keer met gebogen vinger over de neus van de dochter. Zij deinst niet terug, maar gaat mee in deze vorm van contact maken. Mooi dat het zo gaat.

Beneden bij de tafel aangekomen starten we direct met het spel. Nou ja, echt starten gebeurt eigenlijk nog niet. Mevrouw kijkt naar de plankjes en naar mij. Ze laat zich niet verleiden tot het blind wegleggen van de stenen. Wat ik ook doe of zeg.

Zal ik gewoon doorgaan met de voorbereidingen zodat we het spel gaan spelen? Of zal ik me meer afwachtend opstellen?

Ik besluit de stenen verder te verdelen. Door deze keuze komt mevrouw ook in beweging.
Het sorteren van de stenen blijkt een opgave voor mevrouw te zijn. Welke steen moet nu toch naast welke? Welke cijfers horen er bij elkaar? Wat betekenen de kleuren?

Ik maak nu van heel dichtbij mee wat wel direct duidelijk is voor mevrouw en wat verwarring creëert.

De ene keer telt mevrouw logisch van 6, 7, 8 naar 9. De keer erna komt ze op 1, 3, nog een 3, nog een 3 en een 4.

Als ze vervolgens een steen met het getal 11 pakt, is het zoeken geblazen waar deze steen geplaatst kan worden.

Om nog meer ontspanning te ervaren, besluiten we echt samen te gaan spelen. We kijken bij elkaar op de plankjes om te zien of we met gezamenlijk setjes kunnen maken. Kunnen we allebei niet? Dan geef ik een nieuwe steen aan. En zo wordt het een relaxed spel voor ons beiden. We hebben het erg gezellig.

En dan opeens staat er een dame aan onze tafel. Ze zwaait en zegt mevrouw van Tijd gedag. Mevrouw kijkt en glimlacht wel even, maar zegt niks terug. De dame aan onze tafel legt vervolgens uit dat mevrouw van Tijd familie van haar man is. Dat ze net terug is van een dagje uit, met de bus van ’t Dijkhuis. Het was geweldig!
Enthousiast nodigt ze mevrouw van Tijd via mij uit om ook eens met haar te Rummikuppen. Ze geeft haar kamernummer door en hoopt dat ze nog eens samen kunnen spelen.

Dit kan ik niet laten schieten. Ik neem me voor om binnenkort eens met z’n drieën Rummikub te doen..
Met alleen maar winnaars als resultaat.

Nathalie Steffens
(ik doe vrijwilligerswerk bij ’t Dijkhuis, op de plek waar mensen met dementie wonen)

Nieuwe blog Nathalie Steffens: Psalmverzen

“Ik heb een vraag aan jou. Ben je bekend met psalmverzen?” Verbaasd kijk ik haar aan en zeg dat ik in een ver verleden wel katholiek ben opgevoed, maar niet precies weet wat psalmverzen zijn.

Ze licht toe dat mevrouw Kloosterboer vandaag in de woonkamer ligt, in haar eigen bed.
De laatste tijd laat de gezondheid mevrouw namelijk steeds meer in de steek.

De verzorgende zegt dat mevrouw het fijn vindt als iemand haar deze verzen voorleest. Of toe zingt.

Ik pak deze kans graag met beide handen aan en zeg dat ik de psalmverzen wel opzoek op mijn telefoon.
Om zo meteen tijd samen door te kunnen brengen, op een intieme manier, geeft me een warm gevoel.

Als ik de hoek omloop, zie ik haar liggen. Een kleine vrouw in een groot bed. Glimlachend kijkt ze om zich heen.

Heldere ogen. Ze ziet er goed uit. In tegenstelling tot vorige week.
Een wensgedachte vliegt voorbij; zou ze dan toch weer aan het opknappen zijn?

Nadat we een poosje op onze eigen manier gekletst hebben, pak ik mijn telefoon erbij.
Google helpt ons aan de verzen.
Even schrik ik: dit ken ik niet, het taalgebruik is niet van deze tijd, welk vers is nu gepast, welke melodie hoort hierbij?
Een ding is zeker: zingen wordt hem niet. Ik word al ongemakkelijk bij het idee.

Ik gooi de rest van m’n twijfels over boord en vertrouw op de intentie.
Vol overgave lees ik het eerst vers aan mevrouw voor.

Het slaat aan. Mevrouw reageert met ooo’s, jaaa’s en korte zinnen.

Als ik mijn hand zacht op haar dekbed leg, pakt ze mij vast en laat zo haar handen liggen. De onderwerpen van de verzen lopen uiteen van God, naar berusting, van leven, naar de dood.

Heel voorzichtig praten we samen een klein beetje over de dood. Praten, op haar eigen wijze. Waar ik zo goed mogelijk bij probeer aan te sluiten, haar probeer te begrijpen, waar ik soms niet weet waarover het gaat, waar ik waarschijnlijk de plank vaak missla. Maar bovenal, waar we samen mooie momenten beleven.

Opeens horen we een man en een vrouw, achter ons. Ze komen overduidelijk voor mevrouw. Het is familie, haar zoon en schoondochter.
Snel maak ik plaats voor hen aan het bed.

Van een afstand kijk ik nog even naar hen. Een liefdevol plaatje.
Haar zoon hangt half over haar bed, lekker dicht naar haar toe.

Ze zijn alle drie zo blij elkaar te zien. Daar kan geen psalmvers tegen op.

Nathalie Steffens
(ik doe vrijwilligerswerk bij ’t Dijkhuis, op de plek waar mensen met dementie wonen)

Nieuwe blog Nathalie Steffens: ’t Koetje

Vandaag staat er een bijzonder uitstapje op het programma.
We gaan op bezoek bij ’t Koetje in Bathmen.
’t Koetje is een kinderopvang op de boerderij.

Iedereen een jas aan? Rollators mee? Rolstoelen aanwezig? Klaar om te gaan? Ja, we kunnen.
Ons uitje gaat direct al van start. Al slenterend door de gangen van ’t Dijkhuis, kijken de bewoners hun ogen uit.  Prachtige schilderijen aan de muur, groetende verzorgenden, zwaaiende bewoners van beneden, ramen met ander uitzicht. Er is overal wel wat te zien. En zo komen we dik tien minuten later in de ontvangsthal aan.

De chauffeur van de bus helpt de mensen met een rolstoel stuk voor stuk de bus in. Zorgvuldig maakt hij de rolstoelen goed vast, handelt rustig en maakt gezellige praatjes met de bewoners.

Ondertussen helpen de verzorgende en ik de lopende bewoners om de bus in te komen. Wat zijn de treden dan opeens hoog. Zouden er ook tussentreden bestaan? De bewoners laten zich niet kennen en klimmen de bus in.

Als alles en iedereen in de gordels zit, gaan we op weg. De bus is volgeladen. De chauffeur, vier bewoners, twee rolstoelen, een rollator, een verzorgende en nog een vrijwilliger.
Het rijden door de buurt maakt genoeg los bij de bewoners.
Er wordt in het rond gekeken, gelachen, gesproken over de omgeving en ook … geslapen. Meneer Williams is in de ochtend vaak moe.

Na een korte, maar zeer geslaagde rit draaien we het erf van ’t Koetje op.
De verzorgende ziet het al snel, ze wijst ons op een prachtig plaatje.
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 …. kleine schattige neusjes. Allemaal aandoenlijk tegen het raam aan geplakt..
De peuters staan op een kluitje door de ruiten van de deur te kijken wie er vandaag bij hen op bezoek komen. Ze staan de bewoners vol verwachting op te wachten.
De gezichten van zowel de bewoners als van de kinderen stralen.

Als de bewoners uiteindelijk binnen bij de peuters zijn, ontstaat er een mooi tafereel. De kinderen en bewoners kijken elkaar eerst lang aan. Er wordt niks gezegd. Gewoon oogcontact, dat er ontspannen uit ziet.

De enthousiaste leidsters begeleiden een aantal kringspelletjes met de peuters. De bewoners genieten van deze live-voorstelling. Er wordt gezongen, gekeken, gewezen, gelachen en genoten.

En dan komt er een jongetje bij mevrouw Overduin staan. Hij vertelt haar uitgebreid over zijn armbandje, dat zulke mooie kleuren heeft, waar ook het telefoonnummer van zijn moeder op staat. Mevrouw Overduin luistert, reageert, wordt actief en leeft op. De verzorgende legt uit dat dit jongetje het altijd zó fijn vindt als de bewoners er zijn. Hij zoekt hen graag op en zorgt voor de meeste interactie tussen jong en oud.

“Kwaak! kwaak! kwaak!” Luid kwakend maakt een jongen ondertussen kikkersprongen voor alle bewoners langs.
Iedereen kijkt z’n ogen uit. Behalve meneer Williams, hij heeft zijn ogen weer even dicht.

Als afsluiting gaan we met z’n allen richting de stal.
Nadat de kinderen hun overal en laarzen aan hebben getrokken, nemen we de bewoners ook mee naar de koeien. We ruiken het voer, horen de koeien, voelen de wind, zien de kinderen allemaal met bezems in de weer om het voer dichter naar de koeien te vegen.

Meneer Williams is opeens wakkerder dan ooit. De koeien vindt hij prachtig om te zien, net als de heen- en weer rennende kinderen. Overal om ons heen gebeurt wel wat.

Ook mevrouw Overduin neemt zelf steeds meer initiatief. Ze meldt de leidster dat een meisje een snotneus heeft. Ze reageert troostend op het huilen van een verdrietig jongetje. Ze praat tegen langslopende kinderen. Wat een verschil. Mevrouw kan thuis in ’t Dijkhuis soms verdrietig zijn. Daar is nu niks van terug te zien.

Na afloop van het aangename bezoek zwaaien de kinderen ons liefdevol uit.
De bewoners zijn ondertussen moe geworden. De kinderen daarentegen zijn energiek en spelen door in de stal.

Gelukkig komen de kinderen volgende week weer naar ’t Dijkhuis toe.
Dan kunnen er nog meer bewoners van en met hen genieten.

Jong en oud, ’t Koetje en ’t Dijkhuis, wat een prachtige combinatie.

Vrijwilligers gezocht voor aanleg beleeftuin

Het aanleggen van de belevingstuin bij woon- , zorg- en dienstencentrum ‘t Dijkhuis gaat van start! De binnentuin aan de kant van de Polakstraat gaat helemaal op z’n kop en wordt een prachtige beleeftuin voor de bewoners. Maar ook voor de inwoners van Bathmen is daar veel te beleven. De eerste ideeën stammen al uit mei 2018. Maar nu is alles klaar om de tuin, volgens ontwerp van Irma Reinders, Consulente d’Interni, te kunnen realiseren. Helpt u mee om deze prachtige tuin te realiseren?

Hoe ziet de tuin eruit?

Het wordt een prachtige tuin met veel afwisseling. Zo krijgt de tuin een mooie nieuwe “zonnige” boom voor de noodzakelijke schaduw en de reeds gekapte boom wordt omgevormd tot een paar mooie bankjes die in de nieuwe beleeftuin geplaatst zullen worden. Daarnaast komt er een leuke muziektol die bekende deuntjes speelt. Er komt een nieuwe volière met kwetterende vogels en een waterbol die rustgevend zal klateren.  Ook is er straks een werkkast met tuingereedschap uit vervlogen tijden, maar wat nog wel bruikbaar is. We plaatsen tafels waar we kruiden en groenten op kweken en een bladkorf om blad te composteren. Langs de slingerende paden is straks van alles te beleven. Kortom: het wordt een prachtige beleeftuin!

Hulp gevraagd!

Door de grote inzet vanuit Rotaryclub Bathmen – De Schipbeek is er al veel geld en materiaal in natura opgehaald tijdens de actie ‘Ducks4tDijkhuis’ in mei 2018. De Provincie Overijssel heeft dat bedrag nog aangevuld. Dat betekent dat we aan de slag kunnen met de aanleg. We hebben echter wel de hulp nodig van vrijwilligers om de oude tuin te ontmantelen en een start te maken met de nieuwe tuin. Dat willen we doen op zes zaterdagen. We starten op 1 februari met het ontruimen van de tuin. Dat doen we ook op 8 en 15 februari. Vanaf 29 februari starten we met het opbouwen van de nieuwe tuin. We zoeken dan mensen voor de 29e februari, 14 maart en 21 maart. Kunt u ons op een of meerdere zaterdagen helpen? Meld u dan aan bij belevingstuin@hetdijkhuis.nl. Uiteraard zorgt ’t Dijkhuis voor de inwendige mens!

Nieuwe blog Nathalie Steffens: Een eigen plek

Mevrouw heeft het naar haar zin vandaag. Ze vindt het dan ook prima dat ik een stoel pak en bij haar kom zitten.  Ook vanavond zit mevrouw weer aan haar eigen tafel, aan het raam, in de stillere woonkamer. Het is een rustige plek. Een eigen plek met minder prikkels, maar wel met overzicht over de kamer en uitzicht op de daken van het dorp. Deze plek doet mevrouw goed.

Op de tafel en in het raamkozijn staan haar eigen spullen. Een aantal creatieve werken die ze beneden bij de dagbesteding heeft gemaakt. Ze vertelt er uitgebreid en vol passie over. Haar ogen stralen als ze uitlegt dat ze het zij dit gemaakt heeft.  Mevrouw vertelt dat de dokter gezegd heeft dat ze nog ‘goed bij’ is. ‘En daarom blijf ik veel praten, want dan blijf ik goed bij.’ Ze houdt haar woord, ze praat aan één stuk door.

Als ik mevrouw vraag of ze het ook nog leuk vindt om samen een spel te doel, antwoordt ze bevestigend. Ik ben positief verbaasd, mevrouw heeft het dit keer niet over dat ze naar bed wil, ze is nog vol energie. Ik loop naar mijn tas in de andere kamer om er een spel uit te pakken. Vertel de verzorgende glimlachend ons plan. En ook zij kijkt ook verrast op en geeft nog de tip mee dat mevrouw dol is op warme chocolade.

Als mevrouw en ik naar beneden wandelen, praat zij vrolijk door. Ze wil weten of ik wel aan de zuster heb doorgegeven dat ik haar meegenomen heb. ‘Anders zijn ze mij kwijt.’ Bij de stamtafels aangekomen gaan we aan een tafel aan het eind zitten en praten over allerlei onderwerpen, die meerdere keren terug komen. Elke keer als mevrouw gedag wordt gezegd, glinsteren haar ogen. “Iedereen zegt mij hier gedag, iedereen kent mij hier.” Het belang van gezien worden wordt continue door haar bevestigd.

Mevrouw en ik besluiten dat we geen spel gaan doen, maar een kaart gaan versieren. Met aandacht zet mevrouw vrolijke stippen op de door haar uitgezochte kaart. ‘Ja, ik vind het hier zoveel gezelliger. Hier zitten tenminste mensen bij elkaar, en ze praten met elkaar. Boven, dat heb je wel gezien, daar is niemand. De zusters zijn druk. Met de anderen daar kan ik niet praten. Die snappen het niet. Ik vind het boven maar niks, veel te stil. Ik mis de gezelligheid. Ik zou wel vaker de gezelligheid van de mensen willen.’

Ik laat haar woorden op me inwerken. Uiteindelijk, na een hele fijne avond met elkaar, in de gezellige drukte van beneden, vertel ik de verzorgende hoe het vanavond ging. Zij luistert, kijkt met grote ogen en geeft aan voor de overdracht op te schrijven wat mevrouw heeft aangegeven. Wie weet is er iets in de wensen van mevrouw aan het veranderen?

Ik ben benieuwd hoe en of het zich verder ontwikkelt.

Nathalie Steffens
(ik doe vrijwilligerswerk bij ’t Dijkhuis, op de plek waar mensen met dementie wonen)

Nieuwe blog Nathalie Steffens: Creatieve avond

Ik spreid de spullen zorgvuldig uit op tafel: een aantal ansichtkaarten, een paar velletjes met dierenstickers, wat gelukspoppetjes en een bak stiften. Zo ziet het er gezellig uit. De creatieve avond kan van start gaan.

Enthousiast kijk ik mijn buurvrouw aan en vraag haar of ze zin heeft om iets samen te maken. Mevrouw kijkt naar de spullen op tafel, glimlacht lief naar me en geniet… van haar avonddutje.

Ik besluit de spullen dan maar allemaal naar de overkant van de tafel te verhuizen. Als ik uiteindelijk naast mijn nieuwe buurvrouw zit, vraag ik of zij samen een kaart wil schrijven. Ik interpreteer haar reactie als een ja.

Vervolgens laat ik haar een kaart uitkiezen. Nou ja, eerlijk gezegd kies ik hem zelf uit, want het maakt mevrouw niet uit welke het wordt, ze zegt: ‘Ie doot moar’.  Van de stiften wordt mevrouw ook niet blij. Ze pakt er niet één aan. Of ze het niet kan, niet wil of niet begrijpt, blijft voor mij een vraagteken.

Hierna laat ik de verschillende dierenstickers zien. Dieren doen het bij veel bewoners vaak goed. Grote kans dat ik hiermee een ingang vind bij mevrouw. Ik vraag haar welke ze leuk vindt. Deze? Nee. Deze? Nee. Deze? Mag wel ja. Ik plak de kat op de kaart. Oké, en nu?  Hoe nu verder? Ik vraag de zuster naar wat extra informatie over mevrouw. Hoe haar kinderen heten. Zodra de namen helder zijn, vraag ik of mevrouw de kaart aan hen wil sturen? ‘Als jij dat wilt,’ denk ik te verstaan.

Er is een verhitte discussie gaande in mijn hoofd. Wil mevrouw dit wel doen? Beleeft ze er enigszins plezier aan? Kan ik er beter mee stoppen? Of kan ik beter even doorzetten en vindt ze het straks wel leuk? Geen flauw idee, ik weet het echt niet. En dan opeens zetten de verzorgenden een lied in: ‘Lang zal ze leven!’ Mijn overbuurvrouw die net nog genoot van haar dutje, kijkt verschrikt op en zingt direct vrolijk mee. We zingen de jarige aan de andere kant van de kamer hartstochtelijk toe.

Na het zingen feliciteer ik de jarige jet. Wat bijzonder, al weer 79 jaar! Stralend zit mevrouw erbij. Als de advocaatjes met slagroom worden uitgedeeld, loop ik weer terug naar m’n creatieve project. En jawel hoor, van een afstand zie ik dat mevrouw met de kaart bezig is geweest. Ik ben heel benieuwd! Wie weet vond ze het toch interessant, maar wilde ze het op haar manier doen.

Als ik weer naast haar zit en nieuwsgierig kijk wat mevrouw heeft gedaan, zie ik dat de velletjes stickers op het kopje koffie liggen gestapeld. Als ik ze er van af pak, voel ik nattigheid, … ze zijn doorweekt.

Het was weer een speciale avond: Creatief met koffie.