Dijkhuis

Mevrouw Obdeijn geniet als ‘stamgast’ bijna dagelijks van de gezelligheid aan de stamtafel

Je kan er niet omheen als je ’t Dijkhuis inloopt: de stamtafel. Een gezellige houten tafel in de centrale hal met een bloemetje erop en een gezellig keuvelende groep mensen eromheen. Genietend van een kop koffie of een ander drankje met iets lekkers, maar vooral ook genietend van elkaar. Bewoners, vrijwilligers, medewerkers, familieleden van bewoners: iedereen schuift aan. Een mooi ontmoetingspunt. In de namiddag is de stamtafel sowieso bezet: dan schuiven de vaste gasten aan om samen de broodmaaltijd te eten en spelletjes te doen. Dit alles onder leiding van onder andere Sandra Raamsman.

,,In november vorig jaar zijn we hiermee gestart”, vertelt Sandra enthousiast. ,,We wilden graag tussen half 5 en half 9 ’s avonds een gezellige activiteit voor de bewoners op poten zetten. En wat is er gezelliger dan met elkaar eten aan de stamtafel en daarna koffie drinken en spelletjes doen? Of gewoon met elkaar bijkletsen onder het genot van de broodmaaltijd? Vanaf het moment dat we dit hebben opgezet, hadden we een leuke vaste groep bewoners die aanschuift. Soms zijn het er vijf, maar soms ook meer dan tien. Maar altijd is het gezellig!”

Mevrouw Obdeijn is vaste gast en geniet er bijna dagelijks van. ,,We zijn op leeftijd en minder mobiel”, zegt ze. ,,Maar we willen wel graag gezelligheid en elkaar ontmoeten. De stamtafel is daar heel geschikt voor. Ik geniet er altijd enorm van. Soms help ik andere bewoners met het eten van hun boterham en soms hebben we hele mooie gesprekken. Een fijne manier om de dag af te sluiten.”

De drie verzorgenden die verantwoordelijk zijn voor de stamtafel organiseren dagelijks een aantal activiteiten. ,,Gisteren speelden we een spel met kaartjes waarop vragen van vroeger staan”, licht Sandra toe. ,,Er staan dan vragen op als: wat trakteerde je vroeger als je jarig was op school? Dan komt het gesprek ineens op ‘ulevellen’ en werd er spontaan een lied ingezet dat over deze ulevellen gaat. De sfeer zat er meteen goed in!”

,,Je moet het zelf gezellig maken in het leven”, zegt mevrouw Obdeijn. ,,En dat doen we hier in ‘t Dijkhuis zeker. Daar krijgen we ook alle gelegenheid voor. En dat waardeer ik heel erg. Ik doe mee met bloemschikken, ga soms met een vrijwilliger wandelen en als ik naar mijn achterkleinkinderen in Brabant wil, dan kan dat ook geregeld worden. Laatst ben ik daar met de rolstoelbus van ’t Dijkhuis naar toe geweest. Fantastisch! Heb een geweldig mooie dag gehad. Ik hoop dat nog vaak te kunnen doen.”

,,Er is hier ook echt aandacht voor ons als bewoners en voor elkaar”, gaat mevrouw Obdeijn verder. ,,Als er iemand niet aanwezig is bij de stamtafel dan wordt diegene ook echt gemist. We delen met elkaar onze persoonlijke verhalen en als er een bewoner overleden is of erg ziek is, dan staan we daar met z’n allen ook bij stil. Wat dat betreft boffen we dat we hier mogen wonen. Het enige dat ik mis, is mijn tuin. Maar ja, je kan ook niet alles hebben. Ik ben meer dan tevreden met hoe ik hier nog mijn leven kan leiden met gezelligheid en leuke uitjes.”

 

Passie voor pony’s en tijd voor elkaar

Hij straalt nog steeds, als hij vertelt over die zaterdag dat er ineens speciaal voor hem een Shetland pony voor de deur van ’t Dijkhuis stond. ,,Dit vergeet ik nooit meer”, zegt de heer Tuitert. Sinds mei vorig jaar woont hij samen met zijn vriendin in ’t Dijkhuis. Meer dan 30 jaar heeft hij een boerenbedrijf gehad en bracht hij met zijn paard en wagen dagelijks de melk naar de melkfabriek in Bathmen. Sinds hij in ’t Dijkhuis woont, mist hij zijn pony’s. Verzorgende Wendy Kappert bezorgde hem een verrassing.

,,Als ik bij de heer Tuitert kwam om hem te verzorgen, spraken we altijd over pony’s en paarden”, vertelt ze enthousiast. ,,ik merkte dat hij echt een passie voor pony’s heeft en dat hij de dieren mist. Ineens kwam er in mijn hoofd een plannetje op. Wij hebben zelf een ontzettend lieve Shetland pony waarop mijn dochter rijdt. Ik dacht ‘zou ik een keer de pony mee naar ’t Dijkhuis kunnen nemen?’. Ik legde het idee voor aan Jackie van Beek en mijn leidinggevende. Zij waren meteen enthousiast. Als ik de veiligheid in acht zou nemen, dan mocht ik het regelen.”

Verrassing
Wendy voegt de daad bij het woord en ging met dochter en pony naar ’t Dijkhuis. En zo stond er op een zonnige zaterdag ineens een Shetland voor de deur. Speciaal voor de heer Tuitert. ,,Ik wist van niks”, zegt hij. ,,Ik ging gewoon beneden koffie drinken en ineens mocht ik mee naar buiten. En daar stond de pony. Een prachtig beest. Ik heb met hem aan de halter gelopen. De pony is zelfs nog even binnen in de Rotonde geweest, zodat de andere bewoners hem ook konden zien en aaien. Dit vergeet ik nooit meer!”

Emotioneel
,,Het was zo mooi om te zien”, zegt Wendy. ,,Hij werd helemaal emotioneel en merkte niet meer wat er in zijn omgeving gebeurde. Hij ging helemaal op in de pony. En nog mooier is dat deze gebeurtenis ervoor gezorgd heeft dat zijn kinderen dit als aanleiding zagen om hem weer eens een keer een middagje mee naar huis te nemen om zijn eigen paarden en pony’s te zien. Zij zagen hoe gelukkig hij ervan werd en durfden het aan om hem mee te nemen. Mooier kan het niet!”

Tijd voor elkaar
De ontmoeting tussen de heer Tuitert en de pony van Wendy staat niet op zichzelf. ’t Dijkhuis heeft een wensenboom. Hierin kunnen bewoners aangeven wat ze graag nog willen doen. ,,Zo is er een bewoner die graag nog naar de zandsculpturen wil”, vertelt Wendy. ,,Dat wordt momenteel geregeld. Gelukkig hebben we de nieuwe rolstoelbus. Nu is er zoveel meer mogelijk. We maken uitstapjes naar de Holterberg, naar de IJssel of naar een terrasje. Met dank ook aan de vele vrijwilligers die de bus willen besturen of ons met andere dingen willen helpen. Zo maken we daadwerkelijk tijd voor de bewoners en maken we ze blij!

De heer Van der Molen en mevrouw Groot Haar openen lustrumjaar ’t Dijkhuis

Oudste bewoner en bewoner die er het langst woont, openen lustrumjaar met onthulling doek

’t Dijkhuis bestaat op 1 december precies 50 jaar en dat vieren we! In de week van 25 november tot en met 1 december bruist het van de feestelijkheden in ons huis. Maandagochtend 3 juni gaven de heer Van der Molen, de oudste bewoner, en mevrouw Groot Haar, de bewoner die het langst in ons huis woont, het startschot van het lustrumjaar. Ze onthulden een doek met daarop foto’s van de bouw van ’t Dijkhuis, 50 jaar geleden.

,,Het is een prachtig doek”, zegt de heer Van der Molen. De bijna 100-jarige bewoner vond het een eer om het doek samen met mevrouw Groothaar te onthullen. ,,Ik had het oude Dijkhuis nog nooit gezien. Leuk om daar nu een beeld van te hebben. En, we moesten er nog hard aan trekken, hoor voordat het doek viel. Ik ben er nog moe van”, laat hij lachend weten.

Expositie

Na de onthulling was er koffie met gebak voor alle bewoners. ,,50 jaar Dijkhuis, daar moeten we aandacht aan schenken”, vindt Jackie van Beek. ,,Daarom werken we nu met een dertigtal medewerkers en vrijwilligers aan een mooi programma voor de lustrumweek in november. Onderdeel van de week is een expositie over ’t Dijkhuis. Dit doek is de eerste van een serie. De komende maanden verschijnen er meer doeken in de tuin. Dus houd het in de gaten.”

Oudste bewoner

De heer Van der Molen is niet voor niets uitgekozen om het doek te onthullen. Hij is  met zijn 99 jaar de oudste bewoner van ’t Dijkhuis. Over drie maanden wordt hij 100. Hij is vastbesloten om deze leeftijd te halen. ,,Mijn zus is 100 jaar en zes maanden oud geworden”, zegt hij. ,,Dat record wil ik verbreken”. Op het moment van het interview is de heer Van der Molen ontzettend fit en spraakzaam. Vol enthousiasme vertelt hij over het werk dat hij als landbouwkundig ingenieur in de Pacific heeft gedaan. Maar liefst 35 jaar woonde en werkte hij in het buitenland.

Reizen

Maar ook na zijn pensioen reisde hij de wereld over. ,,Ik heb in 1985 met mijn toenmalige vrouw een groot aantal plaatsen bezocht waar ik ooit gewerkt had. Dat was een mooie ervaring. De laatste 11 jaar, voordat ik hier kwam, woonde ik in Frankrijk in de buurt va Geneve. Helaas werd er bij mijn vrouw alzheimer geconstateerd. De Franse specialist raadde ons aan om voor haar verzorging terug naar Nederland te gaan. Zo kwamen we in Huize Salland terecht. Daar hebben we acht maanden gewoond. Mijn vrouw wilde graag in de tuin werken en dat was daar niet mogelijk. Via vrienden in Diepenveen werden we geattendeerd op ‘t Dijkhuis. Na een tijdelijk verblijf aan de Kerkdijk, waar we inderdaad een tuin hadden, kwamen we toch al snel terecht in ’t Dijkhuis. Het werken in de tuin was al snel niet meer mogelijk en mijn vrouw had intensieve zorg nodig. Zo ben ik hier terecht gekomen.”

Gezond eten

Het recept om 100 jaar te worden, heeft de heer Van der Molen wel. Veel fruit eten en een goede balans zoeken tussen eiwitten, koolhydraten en vetten. ,,Dat doe ik mijn hele leven al en ik voel me daar gezond bij”, laat hij weten. ,,Ik vermaak me nog prima. Kijk veel sport, lees  boeken op de e-reader, check dagelijks het nieuws op mijn computer en iedere donderdag komt mijn zoon langs. Als het mooi weer is, dan zit ik op mijn terrasje buiten. Ik heb het hier prima naar mijn zin en ik ga voor de 100 jaar en meer dan zes maanden!”

Veel aandacht voor elkaar

De heer De Boer woont al 8 jaar in ’t Dijkhuis en vertelt aan de stamtafel enthousiast over zijn ervaringen. Hij vermaakt zich prima en vindt het mooi dat cliënten ook goed voor elkaar zorgen.

Aandacht en meeleven
,,Ik kwam hier wonen omdat mijn vrouw intensieve zorg nodig had. Ze leed aan dementie. Mijn ervaring is dat de mensen uit de zorg hun best doen snel te komen als je ze nodig hebt. Dat lukt natuurlijk niet altijd, maar dat begrijp ik. Het meest onder de indruk ben ik van de aandacht en ondersteuning die ik kreeg toen zij overleed. Ze hebben haar destijds afgelegd en deden dat op zo’n mooie manier. Daar heb ik geen woorden voor. Na het overlijden leefde iedereen mee. Met een gebaar, een lief woord of een arm om me heen. Dat was heel fijn en heb ik zeer gewaardeerd.”

Gezelligheid en humor
,,Er is in de laatste drie jaar veel veranderd. Er zijn mooie aanpassingen in het gebouw gerealiseerd. Nu is er meer ruimte in de Rotonde. En de zitjes in de hal vind ik geweldig. Het is zo gezellig om daar met een paar mensen koffie te drinken en te kletsen. De medewerkers zijn niet alleen professioneel, maar hebben ook altijd tijd voor een praatje of een grapje. Dat vind ik zo leuk aan dit huis. Er is veel humor. Daar houd ik van!”

Vrijheid
Ik heb hier heel veel vrijheid. Ik mag zelfs mijn eigen visje bakken als ik daar zin in heb. De kookclub is helemaal fantastisch! Er is hier genoeg te doen. Ik mag in het voorjaar en de zomer de vissen in de vijver van de binnentuin verzorgen. Dat doe ik graag. Er wordt ook veel georganiseerd. Spelletjesavonden, muziek, voorstellingen en gezellige etentjes in de Rotonde. Ik kom hier echt niets tekort. Iedereen krijgt de ruimte om activiteiten te doen die hij of zij graag wil doen.”

Zorgen voor elkaar
,,Wat mij altijd weer opvalt, is dat de mensen die hier wonen ook voor elkaar zorgen. Als ze zien dat het met iemand niet goed gaat, geven ze meteen een signaal aan de verzorging. Het is hier dus niet alleen gezellig, maar er is ook een liefdevolle sfeer onder de bewoners.”

Voel me hier welkom

De heer Dioncre heeft een vrouw die in ’t Dijkhuis woont. Zij woont nu vier jaar op Banekate. Aan de stamtafel laat hij weten veel respect te hebben voor de medewerkers die zijn vrouw dagelijks verzorgen. Zelf voelt hij zich ook thuis in ‘t Dijkhuis, terwijl hij er zelf niet woont.

,,De mensen van ’t Dijkhuis zijn lief voor mijn vrouw”, vertelt de heer Dioncre. ,,Ik voel dat ze zorg om haar hebben. Ze geven haar de aandacht en liefde die zij nodig heeft. Dat doet mij goed!. Mijn vrouw is nog wel eens opstandig. Dan roept ze dat ze hier weg wil. Maar ze zegt er dan meteen achteraan: ,,Dat ligt niet aan jullie hoor! Jullie zorgen goed voor me.”

Voel me hier welkom
,,Als partner voel ik me hier ook altijd heel welkom. Ik durf wel te zeggen dat ik me hier thuis voel. Iedereen kent me en zegt me vriendelijk en vrolijk gedag als ik mijn vrouw kom opzoeken. Ook mijn dochter viel het meteen op. Toen ze hier voor de eerste keer met mij rondliep, zei ze: ‘pap, ze kennen je hier allemaal.’, ‘Ja’, zei ik: zo is het hier! Persoonlijk en warm.”

Goede communicatie
,,In de afgelopen jaren is er veel veranderd. Het liefdevolle is er nog steeds en daar zijn meer goede zaken bij gekomen. Ik heb nu veel gemakkelijker contact met de medewerkers die voor mijn vrouw zorgen. Het digitale zorgsysteem waarin ik kan lezen wat mijn vrouw gedaan heeft en hoe zij zich voelt, is voor mij een uitkomst. Ik volg dat op de voet. En daarnaast kan ik altijd terecht bij de medewerkers van de afdeling.”