Dijkhuis

Nieuwe blog Nathalie Steffens: Een eigen plek

Mevrouw heeft het naar haar zin vandaag. Ze vindt het dan ook prima dat ik een stoel pak en bij haar kom zitten.  Ook vanavond zit mevrouw weer aan haar eigen tafel, aan het raam, in de stillere woonkamer. Het is een rustige plek. Een eigen plek met minder prikkels, maar wel met overzicht over de kamer en uitzicht op de daken van het dorp. Deze plek doet mevrouw goed.

Op de tafel en in het raamkozijn staan haar eigen spullen. Een aantal creatieve werken die ze beneden bij de dagbesteding heeft gemaakt. Ze vertelt er uitgebreid en vol passie over. Haar ogen stralen als ze uitlegt dat ze het zij dit gemaakt heeft.  Mevrouw vertelt dat de dokter gezegd heeft dat ze nog ‘goed bij’ is. ‘En daarom blijf ik veel praten, want dan blijf ik goed bij.’ Ze houdt haar woord, ze praat aan één stuk door.

Als ik mevrouw vraag of ze het ook nog leuk vindt om samen een spel te doel, antwoordt ze bevestigend. Ik ben positief verbaasd, mevrouw heeft het dit keer niet over dat ze naar bed wil, ze is nog vol energie. Ik loop naar mijn tas in de andere kamer om er een spel uit te pakken. Vertel de verzorgende glimlachend ons plan. En ook zij kijkt ook verrast op en geeft nog de tip mee dat mevrouw dol is op warme chocolade.

Als mevrouw en ik naar beneden wandelen, praat zij vrolijk door. Ze wil weten of ik wel aan de zuster heb doorgegeven dat ik haar meegenomen heb. ‘Anders zijn ze mij kwijt.’ Bij de stamtafels aangekomen gaan we aan een tafel aan het eind zitten en praten over allerlei onderwerpen, die meerdere keren terug komen. Elke keer als mevrouw gedag wordt gezegd, glinsteren haar ogen. “Iedereen zegt mij hier gedag, iedereen kent mij hier.” Het belang van gezien worden wordt continue door haar bevestigd.

Mevrouw en ik besluiten dat we geen spel gaan doen, maar een kaart gaan versieren. Met aandacht zet mevrouw vrolijke stippen op de door haar uitgezochte kaart. ‘Ja, ik vind het hier zoveel gezelliger. Hier zitten tenminste mensen bij elkaar, en ze praten met elkaar. Boven, dat heb je wel gezien, daar is niemand. De zusters zijn druk. Met de anderen daar kan ik niet praten. Die snappen het niet. Ik vind het boven maar niks, veel te stil. Ik mis de gezelligheid. Ik zou wel vaker de gezelligheid van de mensen willen.’

Ik laat haar woorden op me inwerken. Uiteindelijk, na een hele fijne avond met elkaar, in de gezellige drukte van beneden, vertel ik de verzorgende hoe het vanavond ging. Zij luistert, kijkt met grote ogen en geeft aan voor de overdracht op te schrijven wat mevrouw heeft aangegeven. Wie weet is er iets in de wensen van mevrouw aan het veranderen?

Ik ben benieuwd hoe en of het zich verder ontwikkelt.

Nathalie Steffens
(ik doe vrijwilligerswerk bij ’t Dijkhuis, op de plek waar mensen met dementie wonen)