Dijkhuis

Blog Nathalie Steffens: De polonaise

Mevrouw Keizer en ik zijn iets moois met elkaar aan het opbouwen. Elke week als ik binnenkom, verwelkomt zij mij zwaaiend om vervolgens direct op te staan en te vragen waar we naar toe gaan. De ene keer wandelen we slechts een stukje door de gang, doordat ik dan ook mijn aandacht wil verdelen over haar medebewoners. Maar vanavond gaan we samen op pad. We wandelen naar beneden, naar de stamtafels, waar we iets gaan drinken. Op de weg er naar toe vindt ze het prettig als ik lichamelijk contact met haar maak, net als ik trouwens. Zo loop ik nu ook weer met mijn hand op die van haar. Het geeft mij, en waarschijnlijk haar ook, een gevoel van verbondenheid.

Als we op een gegeven moment langs een geparkeerde rolstoel willen lopen en de doorgang dus iets smaller wordt, ga ik achter haar lopen. Maar als ik haar hand loslaat, merk ik dat ze meteen inhoudt, alsof ze het steuntje, het contact mist. Daarom leg ik mijn handen zacht op haar schouders en slenter achter haar aan. Het doet me denken aan de vrijwilligersdag waarbij we een polonaise deden. Ik zing zachtjes ‘Het is weer tijd voor de polonaise’. Ik verbeeld het mij vast, maar het lijkt erop dat mevrouw mee beweegt op de maat van het zingen. Als we weer naast elkaar lopen, zeg ik dat het net lijkt of wij de polonaise lopen. Mevrouw beaamt het vrolijk. Bij het volgende obstakel laat ik mevrouw weer voor gaan, leg mijn handen op haar schouders en jawel… ik zie mevrouw subtiel de polonaise inzetten, al knikkend met haar hoofd. Zo lopen we een paar meter ingetogen feestend door de gang. ‘Gezellig hoor’ zegt mevrouw spontaan.

Bij de stamtafels aangekomen zien we meerdere dames en een heer zitten. Deze bewoners (die overigens geen dementie hebben) treffen elkaar hier, voor een gezellig samen zijn. De verzorgende verzorgt iedereen uitmuntend. Kopje koffie met twee zoetjes, een koekje, individuele aandacht, een warm woord en luisterend oor voor iedereen. Ik kan er zo uren naar kijken. De liefde die deze verzorgende ook weer uitstraalt is goud waard. Dat zie je terug bij de bewoners.
Want nog geen twee minuten geleden mopperden een aantal bewoners, ze waren geïrriteerd dat hun vaste plek op de dinsdagavond niet meteen werd vrijgemaakt toen zij eraan kwamen.
De verzorgende reageerde op zo’n manier dat iedereen zich gezien en gehoord voelde. En zonder enig zichtbare moeite kreeg ze de sfeer weer omgevormd naar warm en gezellig. Knap hoor. Onmisbaar en zo waardevol.
Ondertussen zitten mevrouw en ik aan een kleine tafel, iets apart van de grote groep.
Ik laat mevrouw een filmpje van haarzelf zien. Nee, dat ben ik niet, dat is mijn grootmoeder, zegt mevrouw zeker van haar zaak.
Voor mij een eyeopener… veel mensen met dementie blijken zichzelf niet op oudere leeftijd te herkennen. Bijzonder.

Als mevrouw aan haar koekje is toegekomen, wil ze het met mij delen. Ook stelt ze voor dat ik ook uit haar kopje drink. Het ontroert me. Toch hou ik het bij mijn eigen glas water. Ik geniet liever mee van haar genieten. Ze is namelijk dol op warme chocomelk en zoetigheid.

Na een poos wandelen we weer terug naar ‘onze eigen’ woonkamer.
Boven aangekomen merk ik op dat ik ergens tegen op zie. Met de verzorgenden heb ik namelijk afgesproken ook nog individuele aandacht aan een andere bewoner te geven. Deze bewoner ligt op bed en kan wel wat aandacht gebruiken. Maar dit betekent ook dat ik nu tegen mevrouw moet zeggen dat ons gezellig samenzijn stopt. En dat vind ik lastig. Vooral als mevrouw me weer vrolijk aankijkt en vol verwachting wacht op wat we nu weer gaan doen.
We hadden best nog een aantal uur samen kunnen doorbrengen. Met of zonder polonaise.

 

Nathalie Steffens
(ik doe vrijwilligerswerk bij ’t Dijkhuis, op de plek waar mensen met dementie wonen)