Dijkhuis

Nieuwe blog Nathalie Steffens: de Warmte

Het is één van de warmste dagen van juni 2019. Zo’n 34 graden.
Iedereen gaat op zijn eigen manier met deze hitte om. Zo ook in ’t Dijkhuis.
Bij binnenkomst staat een verzorgende beneden in de hal vlak voor de ventilator, het zweet van haar voorhoofd te vegen. De combinatie krachtige zon en hard werken eist zijn tol.

Boven, in de woonkamer rijdt meneer met zijn rolstoel naar de tafel. Als hij zijn glas water wil pakken, kiept hij het, hop, zo in zijn schoot. Zijn hele blouse en broek kletsnat. Ik begin zijn kleding te deppen, als de zuster van een afstand vrolijk roept: “Zo meneer Roel, moest je even afkoelen?!”.

In de volgende woonkamer, kijkt mevrouw me boos aan. Als ik rustig naar haar toe loop, kijkt ze abrupt de andere kant op. Kaken strak op elkaar. Op het moment dat ik mevrouw gedag zeg, gunt ze me geen blik meer waardig, maar zegt, al wijzend met haar vinger: “Loop maar door, ik hoef niks met je.”

Als ik vervolgens op een klein tafeltje naast Babs wil gaan zitten, vraag ik me hardop af of het mijn gewicht wel zal houden.
Glimlachend kijkt Babs me aan en zegt droog: “Dat merken we dan wel weer. Dan is het nog vroeg genoeg.”

De bijna smeltende verzorgenden plagen elkaar in het voorbij gaan. De één noemt zichzelf luid en duidelijk de allerliefste zuster, zodat zoveel mogelijk mensen het horen. Een aantal bewoners geniet hier intens van. Er wordt gegniffeld en vrij ad rem commentaar geleverd.

Uiteindelijk beland ik naast de bewoonster die op dinsdag tot rust komt in haar bed in de woonkamer. Ik laat haar stuk voor stuk drie boeken zien en vraag haar welk boek zij wil. Als ik geen zichtbare reactie krijg, vraag ik de zuster om haar inschatting. Het wordt Pluk van de Petteflet.

Precies op het moment dat ik me afvraag of mevrouw wel geniet van het voorlezen, reageert ze hardop op een vraag die in het verhaal wordt gesteld. Bijzonder…! Ik heb al eerder gemerkt dat mevrouw vaker op een andere manier in contact lijkt te zijn, op een meer telepathische manier. Zonder het spannender te maken dan het is, bedoel ik: het lijkt erop dat mevrouw zich minder met woorden uitdrukt, maar wel degelijk vaak helder in contact staat met de mensen om haar heen, met haar omgeving. Elke keer weer mooi om mee te maken.

Aan het eind van mijn avond loop ik langs de lege kamer van de bewoonster die pas overleden is. Wat hebben we een mooie avonden beleefd. In gedachten denk ik er aan terug. Ik mis haar nog steeds. En dan opeens schrik ik intens. Mevrouw haar dochter loopt me tegemoet. Al was het maar voor een seconde, … ik dacht heel even dat ik mevrouw zelf zag lopen.

Op een mooie manier door de warmte bevangen.

Nathalie Steffens
(ik doe vrijwilligerswerk bij ’t Dijkhuis, op de plek waar mensen met dementie wonen)