Dijkhuis

Blog Nathalie Steffens: De dirigent

Bijzonder hoe het vanavond weer gaat.
Als ik in de deuropening van de woonkamer sta, richten een aantal hoofden zich tegelijk op.
En jawel hoor, brede glimlachen! De dames en heer kijken me aan en lijken blij mij te zien. Of ze nu weten wie ik ben, wat ik kom doen of niet, op dit moment is het voldoende om gewoon samen te zijn. En daar gaan we nu heerlijk van genieten.

Mevrouw Z. en ik besluiten als eerste samen te gaan wandelen. Buiten, want het is nog heerlijk weer. Volop kletsend geniet mevrouw van alles om haar heen. Ze wijst mij aan waar volgens haar familie van haar woonde, vraagt mij vervolgens waar we nu zijn, vertelt hoe ze vroeger op de fiets naar Bathmen ging, vraagt mij waar we nu zijn, zegt dat ze zo blij is dat ze haar ouders nog heeft en vraagt mij waar we nu zijn. En zo praten we het hele rondje door.

Elke keer als mevrouw Z. vraagt waar wij nu zijn, vertel ik rustig en geduldig waar we ons begeven. Keer op keer dezelfde uitleg. Ik heb het idee dat het mevrouw goed doet, dat ze zich er rustig bij voelt. Dan besef ik me ineens dat het in sommige situaties niet eens vervelend hoeft te zijn dat je hoofd niet altijd helder meer is. Als er iemand is die je gerust kan stellen, als dat zelf niet meer lukt, hoeft er niks aan de hand te zijn. Uiteraard is het voor iedereen en in elke situatie anders, maar voor nu geeft het mij een nieuw inzicht. Genieten van het nu. Daar kun je immers ook dure cursussen voor volgen.

Als mevrouw Z. aangeeft dat ze niet te laat thuis wil zijn, omdat de kinderen haar nodig hebben, haar man nog aan het werk is en ze niet wil dat haar ouders boos worden omdat ze te laat thuis is, snap ik ineens waarom mevrouw vaker opeens een sterke drang heeft om naar huis te willen gaan. En als het dan niet lukt of kan, dit dan frustratie oproept. Door deze uitgesproken gedachten van mevrouw vallen er voor mij stukjes op z’n plek.

Als we weer terug zijn in ‘t Dijkhuis, gaat mevrouw Z. tevreden en met stralende ogen in de woonkamer zitten en vertelt de anderen hoe ze het naar haar zin heeft gehad. We beloven elkaar dit vaker te doen.

Vervolgens wil mevrouw X. ook heel graag een stuk wandelen. Omdat het al wat later en dus frisser is, besluiten we naar beneden te wandelen om wat te gaan drinken in de Rotonde.
Mevrouw zegt al snel dat ik maar moet zeggen waar we heen moeten. Zij weet de weg hier niet meer. Dit is wat ik ook in het contact voel; de kwetsbaarheid van de mensen. Afhankelijk zijn van wat ik doe. Gelukkig ben ik me hier bewust van.

Als ik wat drinken voor ons ga pakken, laat mevrouw zien dat ze onzeker wordt. Ze zegt dat ze niet weet wat zij moet doen, waar ze heen moet, wat ik van plan ben. Ik leg haar nog een keer rustig uit wat ik ga doen en dat ze hier (aan het aanrecht) even op mij kan wachten. Okay, dat geeft duidelijkheid en houvast, hier bij het aanrecht. Niet zomaar ergens in de grote ruimte.

Vanavond zingt het mannenkoor weer. We zitten er klaar voor. Als de mannen de eerste noten inzetten, zie ik direct een verandering bij mevrouw optreden. Ze stapt vol overtuiging in de rol van dirigent. Lied na lied zit ze te genieten van de muziek. Ze zwiert haar armen van links naar rechts en geeft het koor de maat aan, zo vanuit haar stoel. Als een koorlid oogcontact met haar maakt, zwaait ze nog een keer extra en geniet ze des te meer.

Ik vind het prachtig om mee te maken. Zo zie ik een hele andere kant van mevrouw X. Een vrouw die de leiding neemt, die de boel aanstuurt, die vanuit haar stoel alles overziet. Als ik om tien over half negen mevrouw voorstel om nog een paar liederen te luisteren om daarna naar de woonkamer te gaan, antwoordt zij tot mijn verbazing: “Nee hoor, ik blijf altijd tot het eind zitten”.
Tja, wat nu? Ik ben blij dat mijn afspraak voor de revue vanavond om 21:00 uur niet doorgaat. Ik voel aan mijn water dat het wel eens wat later kan worden vandaag.

Als het koor om kwart voor negen pauze houdt, besluit ik om een leugentje om bestwil te gebruiken. Ik leg mevrouw uit dat het koor nu klaar is, dat we nu wel weer naar de woonkamer kunnen gaan. Mevrouw antwoordt: “Nee hoor, ik drink eerst mijn chocomelk op”.
Ai ai. Mevrouw doet de hele avond namelijk al over haar halve kopje drinken, dus zo meteen begint het koor vast weer met zingen en zitten we hier minstens tot tien uur.

Vanbinnen moet ik giebelen. Hoe red ik ons hier nu weer uit? Nou ja, ons? Mijzelf. Want mevrouw X. heeft het prima naar haar zin.

En dan opeens… kijkt ze mij aan en zegt dat we ook wel kunnen gaan.

Wie was nou ook al weer van wie afhankelijk?

Nathalie Steffens
(ik doe vrijwilligerswerk bij ’t Dijkhuis, op de plek waar mensen met dementie wonen)