Dijkhuis

Blog Nathalie Steffens: De bijzondere avond in maart


Als ik thuis voor de boekenkast sta, laat ik de boeken door mijn handen gaan. Een groot boek van Rien Poortvliet, een klein boek met kinderversjes, een bundel met dierenverhalen. Tja, welk exemplaar zal vanavond nu toch het meeste aanslaan?

Eerlijk gezegd vind ik het ingewikkeld. Het boek van Rien Poortvliet is leuk om samen met één hooguit twee personen te bekijken, niet met een grotere groep. Bij de kinderversjes word ik zelf een beetje onzeker omdat ik bang ben dat de bewoners mij of het boek dan kinderachtig vinden. De bundel met dierenverhalen dan? Dieren is tenslotte een geliefd onderwerp. Maar nee, dit boek bevat nogal veel verdrietige verhalen. Wat is het moeilijk kiezen, zeg.

En dan opeens heb ik een klein dun boekje te pakken. Het is geschreven door een cursiste van ons. Ik heb het jaren niet meer ingekeken. Als ik het boekje opensla, word ik direct blij van de leuke platen erbij. Ook de paar zinnen die ik lees, spreken mij gelijk aan. Het gaat over een boer en twee ondeugende biggen. De tekst is op zo’n manier geschreven dat het zowel voor jong als oud interessant is.
Ja, ik denk dat dit verhaal hen wel aan zal spreken. Zoals ik heb gehoord, hebben meerdere bewoners tenslotte op een boerderij gewoond. Dan zal dit verhaal vast een goede match zijn!

Als ik vervolgens met een paar bewoners boven in ’t Dijkhuis aan de tafel zit, begin ik enthousiast met voorlezen. En jawel, het verhaal slaat aan. Vier dames op de eerste rang, één heer op de tweede rang. Allen luisteren geconcentreerd naar het verhaal, ieder op hun eigen manier. Nadat we allemaal de beginplaat hebben bekeken, sla ik de eerste bladzijde om. Al na drie zinnen merk ik dat het verhaal een andere wending neemt. Er wordt gesproken over kaarsjes, kerstbomen, kerstversiering…
Ik spiek snel even op de voorkant van het boek en zie daar dan ook de duidelijke titel: De bijzondere kerstavond van Witje en Rozje.
Ach hemel, het is eind maart en ik heb een kerstverhaal uitgekozen.

Als ik om mij heen kijk, heb ik gelukkig niet het idee dat de bewoners er enigszins last van hebben. Gesteund door hun stralende ogen, lees ik met een gerust hart door. Alleen op de momenten dat de verzorgenden langs lopen, voel ik dat ik het iets warmer krijg. Maar ach, ook zij blijven vriendelijk lachen. De lieverds.

Halverwege het verhaal begint mijn overbuurvrouw echter onrustig te worden. Ze heeft haar ogen dicht, haar mond staat verdrietig en ze maakt huilende geluiden. Wat ik ook doe, ik krijg geen goed contact met haar. Het lukt mij niet een gesprekje met haar aan te gaan. Enkele andere bewoners proberen ook te helpen. Maar helaas… mijn overbuurvrouw maakt steeds harder geluid. De sfeer is ineens omgeslagen. Een beloofd kopje koffie met een koekje doet ook geen wonderen meer.

En dan begint er ook onrust bij de andere bewoners te komen. Ze raken geïrriteerd omdat ze het verhaal niet meer kunnen horen. Omdat ik ook niet goed weet wat ik aan deze situatie kan veranderen, en ik me ondertussen in een spagaat voel zakken, probeer ik wat harder voor te lezen. Op deze manier hoop ik de andere luisteraars in ieder geval weer mee te nemen in het verhaal en hoop ik stiekem ook dat m’n overbuurvrouw er vanzelf rustiger van wordt.

Maar nee, dat zou wel heel makkelijk zijn. Het lukt niet. In tegendeel. Twee van de dames worden nu zelfs boos op haar, ze willen het verhaal horen, maar dat lukt niet meer. Ik besluit de hulp van een verzorgende in te roepen. Misschien kan zij er achter komen wat er met mijn overbuurvrouw aan de hand is. Misschien begrijpt zij haar wel. De verzorgende laat haar andere werk liggen en komt even 1 op 1 aandacht geven aan mijn overbuurvrouw. Het blijft onrustig aan tafel, maar gelukkig kan het verhaal tot het eind voorgelezen worden.

Al met al, een bijzondere kerstavond in maart.

btyNathalie Steffens
(ik doe vrijwilligerswerk bij ’t Dijkhuis, op de plek waar mensen met dementie wonen)