Dijkhuis

Blog Nathalie Steffens: De onrust

Onrust, het gevoel hebben dat je iets móet doen, je niet rustig kan blijven. Een gevoel van verwarring, angst, ongedurigheid, strijd, bezorgdheid, nervositeit, ergernis. Ken je het gevoel? Vast wel. Echt een gevoel om het liefst zo snel mogelijk weer kwijt te raken. De één doet dit door te gaan sporten, de ander duikt de natuur in, de volgende zoekt vrienden op of gaat juist mediteren om het gevoel van onbehagen te onderzoeken.

Bewoners van ’t Dijkhuis hebben net als jij en ik soms last van onrust. Bij sommige bewoners helpt het dan om een spelletje te gaan doen, een stukje door de gang te wandelen, een gespreksonderwerp te vinden wat hen interesseert, een liedje te zingen of bijvoorbeeld een knuffel te geven.
Ik word erg blij en dankbaar als ik de onrust bij de bewoner weer weg zie ebben.

Anders is het als de onrust als in een boemerang telkens weer terugkomt. Als een plaat die blijft hangen. Ja, eerlijk gezegd vind ik dat moeilijk. Niet zo zeer moeilijk om er voor mijzelf mee om te gaan, maar moeilijk voor de vrouw of man die er last van heeft. De onrust, de verwarring die uit hun ogen straalt. De continue herhalende vragen en onzekerheden.

**

Een voorbeeld uit de praktijk:

19:15 uur:

Hoe laat komt mijn zoon mij halen? Weet hij wel dat ik hier ben? Ik wil alvast naar beneden, anders gaat hij misschien wel weg zonder mij. Leer mij hem kennen.

Uw zoon, ik weet nog dat u mij vorige keer over hem vertelde.
U wordt om 20:00 uur opgehaald, mevrouw.
De zuster van beneden komt u over een half uur halen. Zij helpt u dan naar bed. Maar we gaan zo eerst nog wat drinken.
En uw zoon, heeft u nog zijn visitekaartje in uw tas? Ja, ik zal het erbij pakken. Kijk, hier staat het op, hij is professor. Hij heeft gestudeerd en woont nu in Amerika.

Zo, ik zie het staan ja, u zult wel trots zijn op hem.
Ja, hij is professor. Maar nu wil ik naar de lift. Welke kant moet ik op? Breng jij mij er heen?
Mijn zoon komt mij halen. Weet hij wel dat jij hier bent? Ik moet op tijd buiten zijn, anders gaat hij weer weg.

(Ik loop even naar de keuken om wat drinken voor haar te pakken.)

Zuster! Zussster! Ik moet nu wel gaan anders is hij straks weg omdat hij mij niet ziet.

We zullen ervoor zorgen dat ze u niet vergeten. Ze weten dat u hier bent. Over een half uur haalt de zuster van beneden u op, ze helpt u dan naar bed.

19:16 uur
We drinken samen een glas sap. Mevrouw vertelt over haar man die bij de politie werkt. Over vroeger hoe zij en haar man elkaar in het geheim ontmoetten, zonder dat de Duitsers hen zagen. Over de plek waar zij woonde, over de doodgeschoten koeien in de oorlog.

19:25 uur
Breng jij mij alvast naar beneden? Mijn zoon komt mij halen. Als ik hier blijf ziet hij ons niet en dan gaat hij weer weg. Dat heeft ie al eerder gedaan hoor. Welke kant moet ik op? Kom, breng me maar. Weet jij de weg? Ik vertrouw hier niemand. Nee, jou ook niet.

**

Ik ben ervan overtuigd dat ik ook in dit contact met mevrouw kansen heb laten liggen om beter aan te sluiten bij haar. Om haar beter te begrijpen, om beter tussen de regels door naar haar te luisteren.

Stap 1 is gezet: ik ben me er bewust van geworden.
Over de volgende stappen ga ik nadenken, in alle rust.

Nathalie Steffens