Dijkhuis

Blog Nathalie Steffens: Een beetje extra aandacht

Als ik wat vroeger dan normaal binnen kom lopen, zit mevrouw nog aan haar warme maaltijd. Vrijwel elke keer als ze een hap neemt, hoest ze vervolgens ook. Hè wat naar, ze voelt zich vast niet fit. Het eten smaakt haar zo te zien gelukkig nog wel, al doet ze er vandaag wat langer over. Vlak naast mevrouw staat het toetje ook al naar haar te lonken.

Eén van de twee verzorgende legt mij kort en bondig uit dat het drukker is dan normaal, omdat er meerdere zieke bewoners zijn. Ik bedenk me dat ze met haar neus in de boter valt, zo net terug van haar vakantie. Ik hoop trouwens dat ze het fijn heeft gehad. Door alle drukte van de avond, kwam het er niet van om er naar te vragen. Wanneer zouden deze collega’s eigenlijk even met elkaar bijpraten?

Op hetzelfde moment als dat ik me dit afvraag, verslikt mevrouw zich in haar eten. Ik ben er allerminst trots op om te zeggen, maar mijn lijf protesteert direct. Al eerder heb ik gemerkt dat ik dit gevoel met geen mogelijkheid kan onderdrukken. Kan er serieus niks tegen doen, mijn lijf neemt het over en zegt ‘kokhalzen’.

Ik schakel de verzorgende snel in, die mevrouw lief rustig toespreekt en benadert. Gelukkig kan zij wel goed met deze situatie omgaan. Als mevrouw blijft hoesten, komt de tweede verzorgende er ook bij. Het gebit van mevrouw wordt vakkundig uit gedaan, de rust blijft bewaard, er wordt een glaasje water gehaald, het toetje wordt ‘samen gegeten’ en mevrouw wordt met alle liefde en geduld naar bed gebracht.
Eerlijk gezegd voelt het wel alsof ik een steekje heb laten vallen, al werd er niet meer van mij verwacht. Toch had ik graag ook anders gereageerd.

Om mijzelf zo ‘nuttig mogelijk’ te maken, laat ik ondertussen de dames die nog aan de grote tafel zitten, een aantal filmpjes zien van onze ezels en honden. De reacties zijn heel positief. De dieren maken warme gevoelens los. ‘Ach, wat een lieverds. Die heeft lieve ogen. Ja, die is schattig. Wij hadden vroeger ook een hond.’

Het valt mij op dat het zien van de dieren enthousiaste reacties oproepen, het zorgt ervoor dat de bewoners zelf initiatief nemen om te zeggen wat zij ervan vinden. Erg mooi om te zien. Overigens wel jammer dat onze honden niet echt geschikt zijn om mee te nemen naar deze bewoners, anders had ik dit met liefde gedaan.

Later zegt een verzorgende dat er vanaf volgende week iemand langs komt met een therapiehond. Geweldig, dat worden vast prachtige ervaringen.

Enkele bewoners blijken trouwens al op bed te liggen. Een aantal andere bewoners zit in de woonkamer. De één snipverkouden, de ander erg moe, de één blij met André Rieu op de televisie, de ander plukkend aan haar elastische kous die ze draagt tegen de trombose. Intussen wandelt er een andere bewoonster op haar gemak rondjes door de woonkamer, door de gang, zoekt een plek om te zitten om vervolgens weer verder te wandelen.
Wat gebeurt er toch veel, wat beleeft een ieder deze avond toch op zijn/haar eigen manier.

Vooral tijdens dit soort situaties gun ik iedereen een beetje extra aandacht. Als je je niet lekker voelt, wil je het liefst alles zo goed mogelijk naar je wens hebben. En dat is op een gezamenlijke woonplek soms best moeilijk te creëren. Want waar de ene bewoonster een aantal keer luid en duidelijk aangeeft dat ze doof is en niet kan verstaan wat ik zeg, geeft de andere bewoonster aan dat ze wil dat haar buurvrouw stil is en niet zo hard zit te klagen.

Als er vervolgens een aantal dames op elkaar blijven ingaan, vraag ik of de dame die er blijkbaar het meeste last van heeft (en ook de grootste duit in het zakje doet) zin heeft om een stukje te wandelen op de gang. Ja, daar heeft ze wel oren naar. De verzorgende geeft aan dat we ook wel naar beneden kunnen gaan, om daar even wat te drinken. Als ik mevrouw in haar rolstoel naar de lift duw, slaakt ze een diepe zucht. Heerlijk, we gaan de rust opzoeken. Daar heeft ze behoefte aan. Ik ben blij dat ik met zo’n klein gebaar, met zo weinig moeite een positievere draai aan haar avond kan geven. Hopelijk hebben de dames in de woonkamer er ook profijt van. Al wandelend stel ik mij voor dat we beneden rustig iets drinken en wellicht wat praten, mocht mevrouw er zin in hebben.

Beneden aangekomen, blijkt er echter een groep dames aan de stamtafel te zitten. Er worden liedjes gezongen, gekletst en gelachen. Het is een vrolijke boel. Ook wij worden uitgenodigd om er gezellig bij te komen zitten. Ik laat de keuze aan mevrouw. Zij heeft de rust niet meer nodig, zij wil erbij. Ze fleurt nog meer op, ze straalt, zingt mee, maakt praatjes met de anderen. Volop aan het genieten.

Later als we terugwandelen naar boven, zegt zij: “Oh, dit was zo’n prachtige avond. Ik hoop dat ik dit nog lang vol kan houden. Het was echt heerlijk. Ontzettend bedankt.” Boven in de woonkamer aangekomen, zit er nog een aantal bewoners naar de muziekvoorstelling te kijken. Mevrouw gaat er bij zitten en geniet lekker mee.

Ik geef haar een dikke kus en bedank haar voor vanavond.

Mijn hoofd zit vol met indrukken.

Mijn hart stroomt over met dankbare ervaringen.