Dijkhuis

“Ik wil naar huis.”


Nieuwe blog van Nathalie Steffens

Deze zin vind ik tot nu toe één van de lastigste zinnen die de bewoners uitspreken.

Niet de tekst op zich, maar door de emoties die erbij horen. Elke keer als een bewoner aangeeft naar huis te willen, volgt daarop steevast een uiting van hun emotie. Boos, verdrietig, in de war. Om vervolgens hun wens te herhalen. “Ik wil naar huis.” En ja, wat is nu handig om hierop te antwoorden? Om je nog maar eens af te vragen voor wie het handig moet zijn.

Zelf kijk ik af en toe af bij de verzorgenden, hoe zij reageren. Bij de ene bewoner lijkt afleiding beter aan te slaan, bij de andere bewoner geeft het soms rust om te zeggen dat zij nu hier woont, dat het dus goed uitkomt dat zij al thuis is.

Vandaag maak ik kennis met een nieuwe mannelijke bewoner. Als ik mij voorstel vraagt hij nog een keer wat mijn naam is. En merkt daarna op dat hij mij nog niet eerder heeft gezien. Meneer zit lekker aan een borrel en lijkt het prima naar zijn zin te hebben. Maar na een poos ontstaat er opeens onrust bij hem. Hij wil zijn stoel naar achter schuiven en opstaan. Maar dit lukt hem niet. Zijn frustratie groeit en groeit. Hij wil naar huis.

Als ik bang ben dat hij valt, kniel ik naast hem en pak voorzichtig zijn hand vast. Zijn huid voelt zo zacht. Ik streel hem over zijn rug en voel dat hij meer rust in zich krijgt. Hij legt zijn hoofd tegen mij aan, streelt mijn handen en geeft een kus. De rust is even wedergekeerd.

Een van de vele momenten die mij ontroeren van de bewoners van het liefdevolle Dijkhuis.

Als zijn dochter vervolgens bij hem langs komt, zitten we nog steeds knus bij elkaar. Zijn dochter vraagt ook nog een keer extra naar mijn naam. Zo vader, zo dochter, of niet? Mevrouw en ik wisselen van plek. Als ik aan de andere kant van de tafel zit, zie ik hen samen zitten. Vader en dochter. Het verschil tussen hoe hun relatie vroeger was en hoe het nu is, zal groot zijn, heel groot. Maar één ding blijft hetzelfde, voor altijd vader en dochter.

Een prachtig gegeven.