Dijkhuis

Altijd is Kortjakje ziek


De bewoners zitten aan de grote tafel. Alle muziekinstrumenten zijn op tafel gezet en verdeeld. Iedereen heeft een muziekinstrument voor zich, op schoot of in de hand. De muziek klinkt helder uit de Ipad en alle bewoners zijn druk met hun instrument. Iedereen maakt muziek, gezellig door elkaar heen. De dame aan het hoofd van de tafel bespeelt de xylofoon, haar buurvrouw slaat op haar eigen ritme op de trommel, de rainsticks worden aandachtig achter elkaar omgedraaid, de sambaballen vliegen nog net niet in het rond. Eén drukke bedoeling. Ik vraag me af of er een moment zou komen dat het te druk voor de mensen zou worden. Ach, zegt de verzorgende, dan merk je wel dat ze onrustig worden.

In realiteit ging het iets anders. Ik typ dit dan ook met een grote glimlach op mijn gezicht. Hoe vaak heb ik nu al niet gemerkt dat elke avond in ’t Dijkhuis anders verloopt dan ik tevoren voorzichtig gedacht had? Eigenlijk elke keer. Met vanavond als hoogtepunt.  Ik neem mij direct voor om vanaf nu elke avond blanco en zo open mogelijk de afdeling Banekate op te stappen.

Hoe het echt is gegaan?

Bij het uitdelen van de muziekinstrumenten kijken de bewoners naar wat er voor hen op tafel ligt. En laten het rustig liggen. Niemand pakt iets op of beet. Er wordt gewoon gekeken en vrij stil gezeten. Als ik een bewoonster een tamboerijn aan wil geven, schudt ze van nee, daar wil ze niks mee. Haar buurvrouw vraagt wat ze toch met dit ding (een trommel) moet. De mannelijke bewoner begint drie ronde instrumenten op elkaar te stapelen. Ik kijk om me heen, zie alle ogen op mij gericht en voel dat ik op mijn wenken bediend wordt. Tijdens mijn vakantie had ik namelijk besloten vaker uit mijn comfortzone te gaan. Nou, hop hop, laat maar zien dan.

Ik zet de muziek aan, zet het eerste lied in en rammel wat met een sambabal. De bewoners zingen rustig mee. Ik zet een tandje bij en sla samen met mijn linkerbuurvrouw op een trommel, probeer de overbuurman te seinen dat hij de rainstick eens omdraait, geef het stokje beter aan bij mijn overbuurvrouw zodat we samen wat geluid uit de xylofoon halen. Na een paar liedjes vraag ik mezelf af of ik nu aan de bewoners kan zien of ze het naar hun zin hebben. Tot mijn schrik zie ik het niet…  Ik ben te druk bezig met allerlei dingen, behalve aansluiten bij hun gevoel op dat moment.

Ik besluit even achteruit te leunen, relaxt de boel de boel te laten. De meeste instrumenten liggen chaotisch op tafel, meneer bouwt wat door met de trommels, een overbuurvrouw tikt nog drie keer zacht met het stokje op tafel om er daarna ook mee te stoppen en we zingen ontspannen nog wat kinderliedjes, omdat we die teksten allemaal nog het beste kennen. Het voelt beter zo. Een andere keer weer verder.

Uiteindelijk besluit ik ook wat andere liedjes op te zoeken. We komen bij Twee Motten, Tulpen uit Amsterdam, Een beetje verliefd. Het wordt heel rustig aan tafel. Als je nu binnen zou komen, zou je je waarschijnlijk afvragen of het wel gezellig is, of ik als vrijwilliger niet wat actiever kan doen. Maar nee, het voelt huiselijk zo. Zoals thuis. Dit is toch waar het om draait? En dan gooit mevrouw op de hoek van de tafel er een heuse uitsmijter uit. Ze zegt: Nou, die Kortjakje was ook een goochemerd hè? Altijd ziek, maar zondags niet !

Nathalie Steffens

Voor informatie over vrijwilligerswerk: info@hetdijkhuis.nl t.a.v. Jackie van Beek