Dijkhuis

De eerste keer vrijwilligerswerk bij ’t Dijkhuis was al weer een tijd geleden.
Niet omdat ik geen zin of tijd had, maar omdat ik flink verkouden was geweest. Nu was dat voor mij eerst geen doorslaggevende reden om niet te gaan, maar wel toen ik helder had dat dit voor de bewoners echt kwalijk kon zijn. Dus na helemaal uitgesnotterd te zijn, stapte ik gisteravond weer enthousiast de afdeling op, waar de bewoners wonen met dementie.

Vanavond was de huiskamer gevuld met dames die in een halve kring lekker naar de tv aan het kijken waren. Er werd een optreden getoond van een Duitse zangeres. De muziek klonk mooi. Een van de lieve verzorgenden (van mij mogen we ze ook heldinnen noemen) zat er even bij en kletste gezellig met de bewoners. Het tafereel deed mij huiselijk en warm aan. Ik vroeg de verzorgende of ze iets speciaals voor mij in gedachten had of dat ik gewoon mijn eigen gang kon gaan. Het was allemaal prima zei ze, ik mocht zelf kiezen.

Ik koos er voor om bij een dame aan de eettafel te gaan zitten, wat afzijdig van de anderen. Ik weet niet of ik de juiste woorden kies, maar zij kwam op mij over alsof ze in de war was, een beetje verdrietig. Ze vertoonde een soort riedel van onrustig naar voren hangen, weer achteruit leunen, enkele tranen laten en het uitspreken van een paar zinnen. Toen ik haar vroeg of ik bij haar mocht zitten, leek ze even uit haar riedeltje te komen. Ze keek mij aan en vond het prima. Eerlijk gezegd dacht ik onbescheiden: ‘Zo, dát gaat goed, nu leid ik mevrouw lekker af van haar onrust.’  Maar helaas… met haar hand in mijn handen, bleef ze het riedeltje herhalen. Wat een onrust voelde ik van haar. Ik probeerde haar te begrijpen, maar toen me dat niet lukte, probeerde ik haar nog iets meer af te leiden. Ik vroeg haar wat meer persoonlijke dingen van vroeger. En jawel, er was af en toe wat langer helder contact tussen ons. Toen ik haar vroeg hoe oud zij dacht dat ik was, antwoordde zij: 70 jaar. Meestal word ik jonger dan mijn eigen leeftijd (44 jaar) geschat, maar dit zorgde voor een grappig moment tussen ons. Na een poos gezeten, gekletst en geriedeld te hebben, was mevrouw er klaar mee. Ze wilde naar bed.

Dus voegde ik mij in de kring met televisiedames. Kwam naast een dame te zitten die dat wel gezellig vond. Ze praatte honderduit tegen mij. Af en toe ook in dialect. Nu gaat mij het steeds beter af om het te verstaan, maar een voorwaarde blijkt wel dat ik dan de verhaallijn weet. En dat was bij dit gesprek vaak niet het geval. Toen de lieve verzorgende mij tussendoor een paar vragen stelde over waar ik vandaan kwam, kwam mijn buurvrouw direct tussen beiden. Ik moest wel blijven opletten, vond zij.

Nadat ik een rondje drinken mocht verzorgen, kwam de andere lieve verzorgende met het voorstel om de Braintrainer te doen: een mobiele computer met een scala aan spellen, waarmee je je hersenen traint. Echt een heel mooi apparaat. Samen met een enthousiaste dame nam ik plaats achter het scherm. We gingen samen spreekwoorden en gezegdes aanvullen. Ze ging als een tierelier. Het bijzondere vond ik dan ook om te merken dat het korte-termijn-geheugen van mevrouw een stuk minder krachtig was. Gezegdes die we namelijk niet goed aanvulden, werden door het spel zelf verbeterd. Als hetzelfde gezegde dan twee zinnen later wederom werd gevraagd, was het opnieuw alsof zij deze voor het eerst zag. We hebben met plezier samen gecomputerd, met tussendoor tijd voor een praatje. Mevrouw dankte mij hartelijk en uitvoerig. Zo lief. Ik heb weer genoten.

Hoe mooi kan het zijn dat je met twee uurtjes zoveel mensen blij maakt.
Verschillende bewoners, een aantal verzorgenden en mijzelf.
Ik vind het prachtig om te doen.
Over twee weken weer.

Nathalie Steffens